VERZOEKSCHRIFT HOUDENDE DE VORDERING TOT SCHORSING VAN DE TENUITVOERLEGGING EN HOUDENDE HET BEROEP VAN NIETIGVERKLARING BIJ TOEPASSING VAN ARTIKEL 14 EN BIJ TOEPASSING VAN ARTIKEL 17 VAN DE WET OP DE RAAD VAN STATE, ZOALS GECOORDINEERD OP 12 JANUARI 1973

 

 

 

 

 

 

Geeft U met de meeste eerbied te kennen:

 

 

 

Op verzoek van:

 

 

De heer Kris Fierens, kunstenaar, geboren te  Schoten, op 3 maart 1957, met woonst aan de Generaal Belliardstraat 6, 2000 Antwerpen,

 

 

De heer Kristof Van Brussel, product ontwikkelaar, geboren te Temse, op 10 juni 1967, met woonst aan de Generaal Belliardstraat 19, 2000 Antwerpen;

 

           

Mevrouw Rita Van Pelt, zaakvoerster, geboren te Burcht, op 30 juni 1945 met woonst aan de Generaal Belliardstraat 11, 2000 Antwerpen;

 

 

De heer Sebastiaan Boumans, theatermaker, geboren te Wilrijk, op 26 februari 1976, met woonst aan de Generaal Belliardstraat 13, 2000 Antwerpen; 

 

Die optreden in eigen naam en namens de feitelijke vereniging Buurtcomité Internationaal Zeemanshuis;

 

 

Verzoekende partij vertegenwoordigd door Mr. Francis de Clippele, advocaat, met kantoor aan de Karel Rogierstraat 3, 2000 Antwerpen, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen :

 

 

De Stad Antwerpen, Stadhuis, Grote markt 1, 2000 Antwerpen, vertegenwoordigd door de heer Burgemeester en schepenen.

 

 

 

 

Aan de heer eerste Voorzitter,

Aan de heer voorzitter,

Aan de dames en heren kamervoorzitters en staatsraden

Die de Raad van State samenstellen,

 

 

 

 

 

Verzoekende partij heeft de eer hierbij een vordering tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij hoogdringendheid in te dienen tegen de definitieve beslissing van de gemeenteraad van de Stad Antwerpen, zetelend in gewone zitting van 29 mei 2007 houdende de definitieve vaststelling van het ontwerp van gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg ‘Binnenstad’ (stadsproject Falconplein-Zeemanshuis), district Antwerpen, zoals goedgekeurd bij Besluit van 18 september 2007 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 12 oktober 2007 (p. 53220) en meer in het bijzonder de voorschriften overeenkomstig artikel 16 van de Wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van stedebouw ;

en meer in het bijzonder de voorschriften overeenkomstig artikel 16 van de Wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van stedenbouw ;

 

Dat verzoekende partij overeenkomstig artikel 14 van de Wet op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, waarvan de tekst werd gewijzigd met in werking treden  op 18 juni 2007 en artikel 17 van voornoemde wet vooreerst de schorsing van de uitvoering van de beslissing van de Gemeenteraad van Antwerpen van 29 mei 2007  gekend onder 2415 tot wijziging van het BPA en goedkeuring van het stedenbouwkundig project Falconplein-Zeemanshuis en verder de vernietiging van dergelijke beslissing vorderen omwille van :

 

 

 

 

-                     schending van de wetgeving en reglementaire bepalingen terzake;

-                     de overtreding van substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen;

-                     overschrijding en afwending van macht, schending van de beginselen van behoorlijk bestuur;

 

 

 

 

 

I.         Ten aanzien van de feiten

 

 

 

 

 

 

1.1.      De verzoekende partijen zijn eigenaar van een woning respectievelijk gelegen te 2000 Antwerpen, Generaal Belliardstraat 5, Generaal Belliardstraat 11, Generaal Belliardstraat 13 en Generaal Belliardstraat 19 gelegen binnen het beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg van 20 april 2001 van de stad Antwerpen in een zone voor  woning, ingekleurd op het gewestplan regio Antwerpen (stuk 1) in “Woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde”.

 

            Aangezien in een dergelijk gebied bedrijven, kantoren en inrichtingen maar kunnen worden toegestaan voor zover deze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (cfr. Omzendbrief 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, gewijzigd via Omzendbrief van 25 januari 2002 en 25 oktober 2002).

 

            Dat de woningen van mijn verzoekers aangrenzen aan het Internationaal Zeemanshuis met groene omgeving met duidelijk genot vanop de straat. Het Zeemanshuis is een cultuur historisch gebouw met een sterke gemeenschapsfunctie, met name de opvang van zeelieden, sociale werking en congresruimte.  Het heeft ook een buurtgerichte poot en biedt tevens onderdak aan de VZW. Adic en een theater.   Het Zeemanshuis heeft ook de functie van opvangcentrum wanneer het ramplan wordt afgekondigd.  

 

 

 

1.2.      Aangezien de Gemeenteraad van de Stad Antwerpen bij beslissing van 29 mei 2007 (stuk 5) heeft geoordeeld om het Bijzonder Plan van Aanleg ‘Binnenstad’ van 20 april 2001 gedeeltelijk te herzien en het stadsproject Falconplein-Zeemanshuis goed te keuren voor uitvoering. Het BPA bestaande uit een toelichtingnota, stedenbouwkundige voorschriften, een plan bestaande feitelijke toestand, een plan bestaande juridische toestand en bestemmingsplan,  behelst :

 

          Het bouwproject wordt samengevat in zes ruimtelijke zoneringen waaraan stedenbouwkundige voorschriften worden gekoppeld:

 

            1. zone voor multifunctionele gebouwen

            2. zone voor wonen

            3. zone voor wonen, handel, horeca en kantoren

            4. zone voor binnenhof

            5. zone voor ondergrondse garage

            6. zone voor ondergrondse socio-culturele, recreatieve en commerciële ruimten”.  

 

 

 

           

Dat een dergelijke project de afbraak blijkt te impliceren van een historisch, cultureel en architectonisch waardevol gebouw (Internationaal Zeemanshuis) en de inplanting van een zone vreemd gebouw door de ontwikkeling in een publiek/private onderneming, met voorziening van 12.500m² kantooroppervlakte, 10.000 m² woonoppervlakte en 3000m² gemeenschapsvoorzieningen (stuk 2, 6).

 

Dat de kantoorvoorzieningen dan ook dominant zullen aanwezig zijn. 

 

Dergelijke wijziging brengt hinder met zich mee in het bijzonder verkeers- en:of parkeerdruk. Dat het beroep dan ook niet enkel is gegeven vanuit een bezorgdheid voor het behoud van het erfgoed maar ook omwille van de aard, de omvang en de mogelijke hinder van het nieuwbouw project.

 

            Dat nochtans het zeemanshuis een prominente sociale rol voor opvang te vervullen heeft en als modernistisch gebouw ook beschermingswaardig is. Het zeemanshuis doet dienst als een hotel voor zeelieden aan voordelige tarief met een bezetting van 36.000 overnachtingen per jaar. De Belgische overheid is immers gebonden door internationale verdragen voor de goede opvang van zeelieden (IAO Conventie nr 163, Genève 8 oktober 1987). Dat het gebouw omringd is door een groene zone toegankelijk (alleszins hebben de buurtbewoners het genot van deze groene gordel rond het gebouw) voor de buurtbewoners.

 

 

 

1.3.      Aangezien steeds in de voorstudies en de projectdefinitie (stuk 6, p. 4, 8) het behoud van het Internationaal Zeemanshuis werd vooropgesteld (Het programma voor de site omvat naast nieuwe woningen en kantoren, een buurtgerichte groene ruimte en gemeenschapsfuncties waaronder het zeemanshuis. Het zeemanshuis wordt daarbij in een sterke economische positie geplaatst met behoud van de sociale en buurtgerichte poot”. … Het Stadsbestuur wenst het behoud en de integratie (evt. gedeeltelijke sloop) van het bestaande zeemanshuis in het ontwerp mee te geven, tenzij kan worden aangetoond dat sloop en nieuwbouw een duidelijk financiële, stedenbouwkundige en architecturale meerwaarde opleveren.”

 

            Aangezien ook het verslag Plangroep adviseert voor het behoud van het Internationaal Zeemanshuis. (“De plangroep en de aanwezige kabinetten bevestigen dat er, naast de in de consensusnota (november 2002) goedgekeurde principes (daarin blijft het Zeemanshuis bestaan) geen andere politieke uitspraak is. … De jury is van oordeel dat het Zeemanshuis een te bescheiden rol krijgt toebedeeld.” (stuk 7)

 

            Ter zitting van het college van burgemeester en schepenen van 19 maart 2004 (stuk 4) gold nog dat het ‘internationaal Zeemanshuis een betekenisgever voor de wijk schipperskwartier is en in het collectief geheugen staat gegrift. Dat de nieuwbouw financieel bijzonder nadelig zou zijn en dat : “het behoud van het gebouw van het zeemanshuis als uitgangspunt wordt meegegeven.”.

 

 

 

            Het is dan ook volkomen onduidelijk en niet gemotiveerd waarom het gemeentebestuur in latere beslissingen heeft geopteerd voor de volledige sloop van het Zeemanshuis.   

 

 

 

1.4.      Dat ook de jury voor de toekenning van subsidies door de Vlaamse Regering in uitvoering van het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 (BS 24 april 2007), houdende de uitvoering van het Decreet van het Vlaamse Parlement van 22 maart 2002, liet opmerken uiterst verrast te zijn door de nieuwe wending in het dossier met afbraak van het Zeemanshuis nu de aanvankelijke projectnota niet uitging van de afbraak. (stuk 13). Dat de privé-partner in de Publiek-private samenwerking (PPS) het aandeel reeds, en nadat subsidies zijn toegewezen, zou hebben overgedragen aan een derde. Dat nochtans uit de definitie van het PPS zoals bepaald bij Decreet van 18 juli 2003 (BS 19 september  2003) voortkomt dat de hoedanigheid van de leden en realisatie van het stadsvernieuwend project door deze leden essentieel is (cfr. ook Parl. St. Vl. R. 2002-2003, nr 1722/1, 4-6). Dat de subsidie dan ook ‘intuitu personae’ is toegekend ‘onder de voorwaarde dat deze subsidie kan worden stopgezet of teruggevorderd wanneer de hoedanigheid van de betrokken partijen zou wijzigen.”(stuk 14-15) Dat het onderdeel financieel plan van het bestreden BPA en motivering dan ook  gebrekkig is.  

 

 

 

 

1.5.      Aangezien mijn verzoekers belang en hoedanigheid hebben bij de gevorderde maatregelen van schorsing en vervolgens nietigverklaring. Dat immers de tenuitvoerlegging van de beschikking van de gemeenteraad van 29 mei 2007 directe implicaties zal/kan hebben voor de leefomgeving van mijn verzoekers.

 

Dat zij als buurtbewoners in hun rechten of omgeving zijn gegriefd door de beslissing. Het nadeel dat mijn verzoekers lijden is persoonlijk, direct, zeker, actueel en wettig. Er bestaat dan ook een voldoende geïndividualiseerd verband tussen de bestreden beslissing en de belangen van mijn verzoekers.

 

 

 

1.6.      Aangezien mijn verzoekers reeds diverse acties en klachten tegen het voornoemde project hebben geuit. Dat met hun grieven nochtans geen enkele rekening wordt gehouden. Zo verwijst de beslissing niet, noch beantwoordt de beslissing van 29 mei 2007 op de bezwaren ingediend door mijn verzoekers (stuk 3, 5). Dat nochtans het verslag van het adviesorgaan Gecoro (stuk 12) deze bezwaren wel uitvoerig behandelt in haar verslag van 24 april 2007. Dat het schepencollege en de gemeenteraad de argumenten en het bezwaarschrift van mijn verzoekers niet behandelt. Dat het BPA dan ook formeel niet is gemotiveerd en de op straffe van nietigheid voorgeschreven vormregels zijn geschonden. 

 

 

 

 

Dat alleszins noch formeel noch inhoudelijk de buurtbewoners om advies/inspraak werd gevraagd ten aanzien van de beslissing van afbraak van het Internationaal Zeemanshuis (stuk 10, 11). De argumenten van de buurtbewoners werden inhoudelijk nooit beantwoord of besproken. De gemeentelijke overheid ontwijkt en geeft geen aandacht aan de verzuchtingen van de buurtbewoners.

 

 

             

1.7.      Het Internationaal Zeemanshuis is zonder twijfel een cultureel en historisch belangrijk gebouw dat behoort tot het waardevol patrimonium van de havenstad. Momenteel heeft de Minister een onderzoek geopend voor de bescherming van het gebouw. Het zeemanshuis is omringd door een groene zone. Zonder motivering of voldoende objectief gegronde motieven wil de Stad Antwerpen nochtans de afbraak organiseren van het Internationaal Zeemanshuis om het te ‘vervangen’ door een exclusief en gesloten woonproject. Dergelijke luxe woningproject is zonevreemd.

 

            Uit de vijf weerhouden ontwerp projecten na aanbesteding werd de ene gekozen welke de afbraak voorstelde terwijl de andere vier het behoud van het Zeemanshuis voorop stelden. Voor deze keuze, tegen de absolute meerderheid van voorstellen in, bestaat geen motivering.

 

            De beslissingsprocedure en motieven van de gemeente zijn niet transparant en zelfs misleidend. Er werden nadien, dus na de voldongen beslissing van de afbraak oneigenlijke en zelfs drogmotieven gegeven ter verantwoording van de beslissing, Deze motieven zijn weerlegd nadien één voor één door het dossier. Zo werd gezegd dat het bestaande zeemanshuis constructief niet gezond zou zijn (stuk 10), terwijl de ingenieursstudie in opdracht van de ontwikkelende maatschappij net het tegenovergestelde besluit (stuk 9). Zo wordt gesteld dat de oorspronkelijke wooneenheid dient hersteld te worden terwijl op de locatie nooit een dergelijke wooneenheid is geweest. Voorheen bevond zich op de locatie een klooster en nadien een Napoleontisch fort. Zo werd voorgehouden dat een nieuwbouwproject geen negatief financiële implicaties heeft en een gelijkend budget vergt als voor de renovatie, terwijl studies uitwijzen dat een nieuwbouwproject minstens 40% duurder is (stuk 9, 10).

 

Nog in de voorgaande beleidsrichtlijnen over de herontwikkeling van het schipperskwartier van het college van Burgemeester en Schepenen (zitting van vrijdag 19 maart 2004) werd gestatueerd dat ‘het maritiem hotel ondergebracht zou worden in het bestaande gebouw dat gerenoveerd en geïntegreerd wordt binnen het stadsproject Falconplein-zeemanshuis’ (stuk 4). 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8.      Door de ontwikkeling van het project onttrekt de Stad Antwerpen een publieke groene zone aan de buurtbewoners. Deze wordt ‘vervangen’ door omsloten ‘private’ groene zones intern aan het project. Een dergelijke beslissing is nochtans in strijd met de beleidslijnen van de Stad Antwerpen. De beslissing van de jury, welke enkel bestond uit betrokken partijen is niet in overeenstemming met de aanbesteding welke ook het behoud van waardevolle gebouwen als principe vooropzette.

 

            In de plaats van het behoud van de eigenheid van de buurt met behoud van het erfgoed, wordt een project voorgesteld dat oneigenlijk is aan de buurt en haar bewoners. Exclusieve en privatieve wooneenheden (als een ghetto) worden ontwikkeld waarbij de buurt en haar bewoners worden uitgesloten van (bestaande) groene zones en toegankelijkheid (stuk 2).

 

            Zo neemt het vooropgestelde project licht en lucht weg uit de buurt. Het project is dan ook niet in overstemming met de beleidslijnen van de Stad Antwerpen door het weghalen van groen, het in de hand werken van sociale afzondering en het afbreken van een cultureel waardevol gebouw. Momenteel loopt een onderzoek voor de erkenning van het gebouw als cultureel erfgoed. Het belang van het behoud van het zeemanshuis volgt uit diverse onafhankelijke studies (stuk 8). Verzoekers hebben zich dan ook verzet tegen het slopen van het gebouw. Zij werden hierin nooit gehoord.

 

 

 

1.9.      De aanpassing van het voorstel van herziening van het bijzonder plan van aanleg blijkt een afdruk (inkleuring) van het weerhouden project van het bureau Rapp & Rapp. Het voorstel is geen doordacht en plankundig gemotiveerde beslissing. De herziening van het bijzonder plan van aanleg werd blijkbaar genomen, om nadien de verantwoording te vinden.

 

            De bestuursbeslissing is dan ook niet gemotiveerd of evenwichtig. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

           

II.        Ten aanzien van het belang

 

 

 

 

            De tenuitvoerlegging van de bestuursbeslissing zal ongetwijfeld implicaties hebben voor de leefomgeving van mijn verzoekers. Dat mijn verzoekers immers wonen in het beheersingsgebied van het bestreden bijzonder plan van aanleg.

 

Door de herziening van het bijzonder plan van aanleg met inplanting van een ‘zone vreemd’ woonproject, bij wijze van geïsoleerd eiland, zal het uitzicht, groene zone en buurtwerking volledig wijzigen. Het voorgestelde project past niet in het straatbeeld en niet in de wijk. De afbraak van een bijzonder gebouw zal de woonkwaliteit van mijn verzoekers negatief beïnvloeden. Dat enkel al het feit dat mijn verzoekers in de onmiddellijke nabijheid wonen van het Zeemanshuis, met name in het gebied waarop de herziening van het bijzonder plan van aanleg betrekking heeft, mijn verzoekers een persoonlijk belang geeft bij hun beroep (Cfr. RvSt. 30 november 1999, inzake nr. 83.749; RvSt. 3 februari 1999, inzake nr. 78.487).

 

            Dat het beroep dan ook ontvankelijk dient te worden geheten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

III.      Ernstige middelen

 

 

 

 

De juridische basis voor de vordering betreft:

 

 

 

 

-          Het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen

-          Het Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 betreffende het vastgelegde gewestplan voor de regio Antwerpen;

            -          Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen;

-          Het Decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 en aanpassingen;

-          Het Decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en aanpassingen;

-          Het Ministrieel Besluit van 20 april 2001 houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg Antwerpen Binnenstad.

 

 

 

 

Het Bijzonder Plan van Aanleg vult de bepalingen van het Algemeen Plan van Aanleg en het Gewestplan aan, en dient daarmee in overeenstemming te zijn. De wijziging van het Bijzonder plan Van Aanleg kan niet willekeurig gebeuren, zoals in casu. De bezwaarschriften tegen de wijziging handelden reeds over de schending van de wettelijke bepalingen betreffende het openbaar onderzoek, over het voorafgaand advies van de Gecoro, over het onverenigbaar karakter van de bestemmingswijziging en de omgeving en over de motivering van een dergelijke beschikking.   

 

 

Aangezien het betrokken perceel gelegen is in een woongebied met culturele, historische of esthetische waarde van het gewestplan voor de regio Antwerpen, vastgesteld bij Koninklijk Besluit 3 oktober 1979.

 

                       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schending van de wetgeving en reglementaire bepalingen terzake:

 

 

 

 

3.1.      Aangezien het bestreden bijzonder plan van aanleg de voorzieningen en bepalingen in het gewestplan schendt. Dat artikel 16, vierde lid van de wet van 29 maart 1962 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van de Stedenbouw bepaalt:

 

 

 

          Wanneer een streek-, gewest of algemeen plan bestaat, richt het bijzonder plan zich naar de aanwijzingen en bepalingen ervan, en vult  ze aan. Het kan er desnoods van afwijken.”

 

 

 

Dat het gewestplan blijft gelden tot het wordt vervangen na een herziening en het bijzonder plan van aanleg zich richt naar de bepalingen ervan. De uitdrukking dat het bijzonder plan van aanleg ervan “desnoods kan afwijken” wijst op het uitzonderlijk karakter van het procédé in de tijd en omvang. Dat het bestreden bijzonder plan van aanleg dan ook werd vastgesteld met schending van artikel 16, vierde lid van de Stedenbouwwet (cfr. RvSt. 3 februari 1999, inzake nr. 78.487; RvSt. 27 september 2000, inzake nr. 89.823; R.vSt. 3 maart 1999, inzake 79.075, RvSt. 14 december 1995, inzake 57.035).

 

Dat de ontwikkeling van 12.500 m² oppervlakte kantoorruimtes, dominant op de totaal beschikbare oppervlakte en met de afbraak van het modernistische gebouw uit de jaren 1950, niet beantwoordt aan de bestemming in het gewestplan: woongebied met culturele, historische of esthetische waarde.  Dat immers in dergelijke gebieden een wijziging onderworpen is aan bijzondere voorwaarden met onderliggende voorrang van de wenselijkheid van behoud.

 

Dat de schending van artikel 16, vierde lid van de wet van 29 maart 1962 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van de Stedenbouw de vordering van nietigverklaring verantwoordt.

 

 

3.2.      Aangezien overeenkomstig de IAO Conventie nr. 163 zoals bedongen te Genève op 8 oktober 1987 (‘ILO Convention nr. 163 concerning Seafarer’s Welfare at Sea and in Port’) , in het bijzonder artikel 3 elke lidstaat ertoe gehouden is om in een havenstad te voorzien in opvang en welzijn van de zeelieden ongeacht de nationaliteit. Dat door de afbraak van het Internationaal Zeemanshuis, De Belgische Staat deze internationale verplichting niet nakomt. Dat de wijziging van het BPA dan ook een internationaal verdrag schendt.

 

 

 

3.3.      Aangezien de wijziging van het BPA waarvan de uitvoering de realisatie betreft van het stadsvernieuwend project Falconplein-Zeemanshuis, gekoppeld is aan de toekenning van een subsidie van de Vlaamse overheid in de aangelegenheid (Publiek-Private Samenwerking PPS) geregeld bij decreet van 18 juli 2003 (BS 19 september 2003). Dat de hoedanigheid van de private partner bij de PPS essentieel is voor de toekenning van de subsidie, en voorwaarde vormt voor de stopzetting dan wel terugvordering van de financiële steun. Dat de privé-partner in de Publiek-private samenwerking (PPS), SD Worx het aandeel reeds zou hebben overgedragen aan een derde partij. Dat de subsidie ‘intuitu personae’ toegekend, kan worden teruggevorderd. Dat het onderdeel financieel plan van het bestreden BPA en motivering desbetreffend dan ook  gebrekkig zijn en de wet op de PPS schendt.  

 

 

 

 

 

 

De overtreding van substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen:

 

 

 

 

 

3.4.      Schending van formele vormvereisten: De beslissing van het gemeentebestuur werd genomen zonder inspraak of werkelijke consultatie ten aanzien van de beslissing betreffende de afbraak van het Zeemanshuis en zonder mijn verzoekers daarin te kennen. Diverse opmerkingen en bezwaren werden geformuleerd waarop de Stad Antwerpen geen gevolg of repliek heeft gegeven.

 

            De Stad Antwerpen motiveert niet waarom een historisch en sociaal waardevol gebouw dient te worden gesloopt en vervangen voor een lucratief project in een publiek/private samenwerking. Diverse expertise en aanbevelingen pleiten nochtans voor het behoud van het gebouw.

           

            Noch architectonisch, noch financieel, noch historisch, noch sociaal wordt een reden gegeven voor de afbraak van het Internationaal Zeemanshuis. Dat tegen vier van de vijf voorstellen in werd gekozen voor de afbraak van het Internationaal zeemanshuis zonder hiervoor een reden te geven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.5.      Dat tijdens het openbaar onderzoek 4 bezwaarschriften werden ingediend. Het college van Burgemeester en schepenen heeft beslist op 29 mei 2007 om akkoord te gaan met het verslag van 24 april ter weerlegging van de bezwaarschriften. Dat de beslissing van de Stad Antwerpen nochtans geen gewag maakt van het bezwaarschrift van mijn verzoekers, noch van de petitie van de buurtbewoners. (5.000 handtekeningen)   

 

            De buurtbewoners zijn nooit geraadpleegd geworden over het specifieke vraagstuk van de afbraak of behoud van het Internationaal Zeemanshuis.

 

 

 

3.6.      De bestuursbeslissing berust op tegenstrijdige argumentatie en onvoldoende motivering (schending van de wettelijke formele en materiële motiveringsplicht, artikelen 108 en 129 Grondwet en artikelen 20 en 23 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw; artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen). Aanvankelijk heette het dat het Internationaal Zeemanshuis constructief niet gezond zou zijn (brief van de Burgemeester van 25 mei 2005). Momenteel is aangetoond (Expertise Docomomo dd. 29 juni 2005) dat ten aanzien van de constructie van het gebouw geen aanmerkingen bestaan. Dan heette het dat de oorspronkelijke wooneenheid diende hersteld te worden, terwijl de locatie voorheen nooit een wooneenheid is geweest.

 

            De beslissing van het slopen volgt na een openbare aanbesteding waarvan de jury een onvoldoende gemotiveerde en objectieve beslissing heeft genomen. Uit de vijf weerhouden projecten werd de ene gekozen met afbraak terwijl de andere vier het behoud van het Zeemanshuis vooropstelden. Voor deze keuze wordt geen motivering gegeven.

 

            In een reactie op een interpellatie van de heer gouverneur bevestigt de schepen de heer Tuur Van Wallendael het historisch waardevol karakter van het Internationaal Zeemanshuis, terwijl in diverse interviews in kranten (Het Nieuwblad 5 juni 2003 en Het Nieuwsblad 31 mei 2005) de heer Tuur Van Wallendael het Zeemanshuis een ‘lelijk Stalinistisch gebouw’ noemt. En ‘architecturaal van geen waarde’. Er werd echter nooit een onafhankelijk historisch onderzoek gedaan (zoals nochtans gevraagd door de organisatie Docomomo). 

 

            In tegenstelling tot hetgeen de Gemeente beweert, blijkt uit een onafhankelijke bouwtechnische studie dat de sloop en nieuwbouw financieel veel kostelijker is dan de renovatie. Uit dezelfde studie komt voort dat het gebouw perfect voor renovatie, gebruik en ‘herbestemming’ geschikt is.

 

 

 

 

 

            In een presentatie op maandag 23 mei 2005 verklaarde de burgemeester van de Stad Antwerpen in aanwezigheid van voormalig bouwmeester Bob Van Reeth nog dat ‘elk structureel goed gebouw in de Stad moet behouden blijven en gerenoveerd’. Ten gevolge van deze uitspraak hebben mijn verzoekers de burgemeester geïnterpelleerd. De Burgemeester heeft hierop schriftelijk bevestigd dat het Internationaal Zeemanshuis structureel geen goed gebouw is. Dergelijke meer wordt echter tegengesproken door het door de Stad ingehuurde ingenieursbureau Arcade. (2004) 

 

De motivering van de beslissing is dan ook manifest gebrekkig.

 

 

 

 

 

Overschrijding en afwending van macht, schending van de beginselen van behoorlijk bestuur:

 

 

 

 

3.7.      De beslissing druist in tegen de eigen beleidslijnen van de Stad Antwerpen. De Stad wil groene zones, historisch erfgoed en de eigenheid van buurten bewaren en promoten. De beslissing om het Internationaal Zeemanshuis te slopen gaat hier regelrecht tegenin.

 

            De afbraak van het historisch en cultureel waardevol Zeemanshuis in de havenstad Antwerpen is dan ook strijdig met artikel 14 van de Wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de Stedebouw van 29 maart 1962, dat ernaar streeft tot het behoud van waardevolle gebouwen en sites ongeschonden te bewaren.

 

Ter zitting van het college van Burgemeester en Schepenen van vrijdag 19 maart 2004 werd nog beslist tot het behoud en de renovatie van het gebouw Internationaal Zeemanshuis.

 

De programma eisen in verband met groene ruimte (p. 12) in de projectdefinitie van het Stadsproject Falconplein-Zeemanshuis geven duidelijk aan dat het nieuw project 24u op 24 publiek toegankelijk, open en gastvrij dient te zijn. Nochtans zijn de groene binnenruimtes gesloten. Gelijkaardige projecten met binnenplein hebben aangetoond dat deze niet publiek toegankelijk zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.8.      Het project wordt gerealiseerd in vereniging met een private partner. De opzet van het project lijkt dan ook op de eerste plaats een financieel gewin, eerder dan de door de beslissing gegeven motieven. Ten aanzien van de deelneming van de private partner bestaat geen transparantie.

 

            Dat de bestreden herziening van het bijzonder plan van aanleg geen ‘gedetailleerde bestemming’ geeft, zoals nochtans bedoeld in artikel 14 van het Decreet betreffende de ruimtelijke ordening en evenmin de voorschriften vastlegt betreffende de concrete invulling, grote en welstand van de gebouwen en open ruimten. Dat het niet gegeven is op welke wijze binnentuinen publiek toegankelijk kunnen of zullen zijn. Dat zodoende de concrete inrichting en ordening van de betrokken zone wordt onttrokken aan de reguliere besluitvormingsproces van een bijzonder plan van aanleg zoals dit werd bepaald door de Decreetgever. Dat de voorschriften niet kunnen worden overgedragen aan vergunningverlenende overheid, nu deze beoordeling dient vooraf te gaan aan de vaststelling van de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg waarin de gedetailleerde bestemming van het betrokken gebiedsdeel reeds dient te zijn vastgelegd (Cfr RvSt. 12 mei 2005, inzake nr. 144.322) 

 

            Ook ten aanzien van de advies- en beslissingsorganen bestaat geen transparantie. De advies en overlegorganen zijn belanghebbend. De beslissing is dan ook genomen door leden van deze organen welke niet onafhankelijk zijn.

 

 

 

 

3.9.      Aangezien er sprake is van machtsafwending nu de bestuursoverheid de bevoegdheid welke hem bij wet tot het bereiken van een aspect van algemeen belang is gegeven, vermoed wordt te worden gebruikt tot het nastreven van een ander doel (cfr RvSt. 6 januari 1999, inzake nr. 77.987), met name  de realisatie van winsten. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.10.    De beslissing tot herziening van het bijzonder plan van aanleg wordt tevens aangevochten op grond van het onpartijdigheidsbeginsel en het objectiviteitsbeginsel. De leden van de adviesraden zijn politiek mandatarissen of vertegenwoordigers van de private partner in het project. Zij kunnen dan ook geen objectief advies geven over zaken waarbij zij rechtstreeks belang hebben, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde. Onder rechtstreeks belang moet worden verstaan alle belangen waarvan het lid van het adviesorgaan niet met redelijke zekerheid kan worden geacht voldoende afstand te kunnen nemen om de belangen van zijn organisatie geen voorrang te verlenen boven het algemeen belang (cfr. RvSt. 26 april 2005, inzake nr. 143.663). Het volstaat daarbij dat de aangehaalde feiten voldoende aannemelijk maken dat bij de beraadslaging en adviesverlening een belangenvermenging in de persoon van de leden van het adviesorgaan mogelijk waren.  Dat zodoende het rechtmatige vertrouwen van de burger zou kunnen zijn geschonden.   

 

 

 

 

 

 

 

IV.       Moeilijk te herstellen nadeel

 

 

 

 

            Het besluit van 29 mei 2007 waarbij de gemeenteraad het plan definitief goedkeurt betreft een van een administratieve overheid uitgaande handeling met bindende kracht met de waarde van een verordening. Zij heeft dus rechtsgevolgen en kan nadeel berokkenen (cfr. RvSt. 30 november 1999, inzake nr. 83.749). Dat het beroep tegen de beslissing tot herziening van het bijzonder plan van aanleg dan ook ontvankelijk is.

 

Dat het nadeel voor de buurtbewoners reëel is, met name gelet op de omvang van het project, de overlast, verkeershinder en onttrekking van groene zones. Door de grootte van de vergunde inrichting, de hoogte en de aard zal de ruimtelijke ordening onomkeerbaar geschonden zijn. De afbraak van het cultuur historisch gebouw kan niet worden hersteld. De gehele omgeving zal essentieel van karakter veranderen (cfr. RvSt. 20 maart 2000, inzake nr. 86.099). .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

V.        Dringende noodzakelijkheid

 

 

 

            Samen met de verzoekers kan worden aangenomen dat, zonder schorsing het risico reëel is dat een arrest ten gronde pas zal tussenkomen op een ogenblik dat de gemeente haar beleidsoptie reeds zal hebben uitgevoerd door middel van de herziening van het bijzonder plan van aanleg en sloop van het Internationaal Zeemanshuis. Dat de vrees voor voldongen feiten dan ook effectief is. Dat het nadeel door de realisatie van een nieuw bouw project zoals voorgenomen dan ook ernstig en onherstelbaar is (Cfr. RvSt. 6 juli 2000, nr. 88.653).

 

            Dat de vordering alvorens recht te doen tot nietigverklaring, met name tot schorsing van de voornoemde beslissing dan ook gegrond is.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OM DEZE REDENEN

 

BEHAGE HET DE RAAD VAN  STATE

 

 

 

 

Bij middel van dringende maatregel, de schorsing te bevelen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de gemeenteraad van de Stad Antwerpen gewezen op 29 mei 2007, houdende de definitieve vaststelling van het ontwerp van gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg ‘Binnenstad’ (stadsproject Falconplein-Zeemanshuis), district Antwerpen;

 

De kosten ten laste te leggen van de verwerende partij.

 

Dienvolgens het beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en de voornoemde beslissing van 29 mei 2007 te vernietigen.

 

 

Antwerpen, 17 oktober 2007

 

 

 

                                                                       Voor verzoekende partijen

                                                                       Hun raadsman, Francis de Clippele

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage : inventaris van bijgevoegde stukken

 

 

 

 

 

 

Inventaris met bewijsstukken

 

 

1.         Gewestplan regio Antwerpen

2.         Bestreden BPA van 29 mei 2007

3.         Bezwaarschrift van 12 januari 2007

4.         Proces-verbaal van beraadslaging van het college van Burgemeester en Schepenen van 19 maart 2004

5.         Proces-verbaal openbare zitting van de gemeenteraad van 29 mei 2007

6.         Projectdefinitie  Stadsproject Falconplein-Zeemanshuis

7.         Advies plangroep

8.         Verslag Do.co.mo.mo

9.         Verslag Arcadis

10.       Brief van de burgemeester van de Stad Antwerpen van 25 mei 2005

11.       Brief van schepen Tuur Van Wallendael

12.       Rapport van Gecoro ter weerlegging van de bezwaarschriften

13.       Verslag van de jury bij aanvraag tot toekenning van subsidies

14        Subsidiëring procesverslag van Fase II van de selectie

15.       Nota aan de Vlaamse Minister van Binnenlands bestuur, stedenbeleid, wonen en inburgering