VERZOEKSCHRIFT HOUDENDE DE VORDERING TOT SCHORSING
VAN DE TENUITVOERLEGGING EN HOUDENDE HET BEROEP VAN NIETIGVERKLARING BIJ
TOEPASSING VAN ARTIKEL 14 EN BIJ TOEPASSING VAN ARTIKEL 17 VAN DE WET OP DE
RAAD VAN STATE, ZOALS GECOORDINEERD OP 12 JANUARI 1973
Geeft U met de meeste eerbied te kennen:
Op verzoek van:
De heer
De heer Kristof Van
Mevrouw
De heer Sebastiaan Boumans, theatermaker, geboren
te Wilrijk, op 26 februari 1976, met woonst aan de Generaal Belliardstraat 13,
2000 Antwerpen;
Die optreden in eigen naam en namens de feitelijke
vereniging Buurtcomité Internationaal Zeemanshuis;
Verzoekende partij vertegenwoordigd door Mr.
Francis de Clippele, advocaat, met kantoor aan de Karel Rogierstraat 3, 2000
Antwerpen, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan.
Tegen :
De
Aan de heer eerste Voorzitter,
Aan de heer voorzitter,
Aan de dames en heren kamervoorzitters en staatsraden
Die de Raad van State samenstellen,
Verzoekende partij heeft de eer hierbij een vordering tot de schorsing van
de tenuitvoerlegging bij hoogdringendheid in te dienen tegen de definitieve
beslissing van de gemeenteraad
en meer in het bijzonder de voorschriften overeenkomstig artikel 16 van de
Wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van
stedenbouw ;
Dat verzoekende partij overeenkomstig artikel 14 van de Wet op de Raad van
State gecoördineerd op 12 januari 1973, waarvan de tekst werd gewijzigd met in
werking treden op 18 juni 2007 en
artikel 17 van voornoemde wet vooreerst de schorsing van de uitvoering van de
beslissing van de Gemeenteraad van Antwerpen van 29 mei 2007 gekend onder 2415 tot wijziging van het BPA
en goedkeuring van het stedenbouwkundig project Falconplein-Zeemanshuis en
verder de vernietiging van dergelijke beslissing vorderen omwille van :
-
schending van
de wetgeving en reglementaire bepalingen terzake;
-
de
overtreding van substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven
vormen;
-
overschrijding
en afwending van macht, schending van de beginselen van behoorlijk bestuur;
I. Ten aanzien van de feiten
1.1. De verzoekende partijen zijn eigenaar van een woning
respectievelijk gelegen te 2000 Antwerpen, Generaal Belliardstraat 5, Generaal
Belliardstraat 11, Generaal Belliardstraat 13 en Generaal Belliardstraat 19
gelegen binnen het beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg van 20
april 2001
Aangezien
in een dergelijk gebied bedrijven, kantoren en inrichtingen maar kunnen worden
toegestaan voor zover deze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (cfr.
Omzendbrief 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de
ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, gewijzigd via Omzendbrief van 25
januari 2002 en 25 oktober 2002).
Dat
de woningen van mijn verzoekers aangrenzen aan het Internationaal Zeemanshuis
met groene omgeving met duidelijk genot vanop de straat. Het Zeemanshuis is een
cultuur historisch gebouw met een sterke gemeenschapsfunctie, met name de
opvang van zeelieden, sociale werking en congresruimte. Het heeft ook een buurtgerichte poot en biedt
tevens onderdak aan de VZW. Adic en een theater. Het Zeemanshuis heeft ook de functie van
opvangcentrum wanneer het ramplan wordt afgekondigd.
1.2. Aangezien de Gemeenteraad
“ Het bouwproject wordt samengevat in zes
ruimtelijke zoneringen waaraan stedenbouwkundige voorschriften worden
gekoppeld:
1. zone voor
multifunctionele gebouwen
2. zone voor wonen
3. zone voor wonen,
handel, horeca en kantoren
4. zone voor binnenhof
5. zone voor ondergrondse
garage
6. zone voor ondergrondse
socio-culturele, recreatieve en commerciële ruimten”.
Dat een dergelijke project de afbraak blijkt te
impliceren van een historisch, cultureel en architectonisch waardevol gebouw
(Internationaal Zeemanshuis) en de inplanting van een zone vreemd gebouw door
de ontwikkeling in een publiek/private onderneming, met voorziening van
12.500m² kantooroppervlakte,
Dat de kantoorvoorzieningen dan ook dominant
zullen aanwezig zijn.
Dergelijke wijziging brengt hinder met zich mee in
het bijzonder verkeers- en:of parkeerdruk. Dat het beroep dan ook niet enkel is
gegeven vanuit een bezorgdheid voor het behoud van het erfgoed maar ook omwille
van de aard, de omvang en de mogelijke hinder van het nieuwbouw project.
Dat
nochtans het zeemanshuis een prominente sociale rol voor opvang te vervullen
heeft en als modernistisch gebouw ook beschermingswaardig is. Het zeemanshuis
doet dienst als een hotel voor zeelieden aan voordelige tarief met een
bezetting van 36.000 overnachtingen per jaar. De Belgische overheid is immers
gebonden door internationale verdragen voor de goede opvang van zeelieden (IAO
Conventie nr 163, Genève 8 oktober 1987). Dat het gebouw omringd is door een
groene zone toegankelijk (alleszins hebben de buurtbewoners het genot van deze
groene gordel rond het gebouw) voor de buurtbewoners.
1.3. Aangezien steeds in de voorstudies en de projectdefinitie (stuk
6, p. 4, 8) het behoud van het Internationaal Zeemanshuis werd vooropgesteld (Het programma voor de site omvat naast
nieuwe woningen en kantoren, een buurtgerichte groene ruimte en
gemeenschapsfuncties waaronder het zeemanshuis. Het zeemanshuis wordt daarbij
in een sterke economische positie geplaatst met behoud van de sociale en
buurtgerichte poot”. … Het Stadsbestuur wenst het behoud en de integratie (evt.
gedeeltelijke sloop) van het bestaande zeemanshuis in het ontwerp mee te geven,
tenzij kan worden aangetoond dat sloop en nieuwbouw een duidelijk financiële,
stedenbouwkundige en architecturale meerwaarde opleveren.”
Aangezien ook het verslag Plangroep adviseert voor
het behoud van het Internationaal Zeemanshuis. (“De plangroep en de aanwezige kabinetten bevestigen dat er, naast de in
de consensusnota (november 2002) goedgekeurde
principes (daarin blijft het Zeemanshuis bestaan) geen andere politieke
uitspraak is. … De jury is van oordeel dat het Zeemanshuis een te bescheiden
rol krijgt toebedeeld.” (stuk 7)
Ter zitting van het college van burgemeester en
schepenen van 19 maart 2004 (stuk 4) gold nog dat het ‘internationaal
Zeemanshuis een betekenisgever voor de wijk schipperskwartier is en in het
collectief geheugen staat gegrift. Dat de nieuwbouw financieel bijzonder
nadelig zou zijn en dat : “het behoud van
het gebouw van het zeemanshuis als uitgangspunt wordt meegegeven.”.
Het is dan ook volkomen onduidelijk en niet
gemotiveerd waarom het gemeentebestuur in latere beslissingen heeft geopteerd
voor de volledige sloop van het Zeemanshuis.
1.4. Dat ook de jury voor de toekenning van subsidies door de
Vlaamse Regering in uitvoering van het Besluit van de Vlaamse Regering van 16
maart 2007 (BS 24 april 2007),
houdende de uitvoering van het Decreet van het Vlaamse Parlement van 22 maart
2002, liet opmerken uiterst verrast te zijn door de nieuwe wending in het
dossier met afbraak van het Zeemanshuis nu de aanvankelijke projectnota niet uitging
van de afbraak. (stuk 13). Dat de privé-partner in de Publiek-private
samenwerking (PPS) het aandeel reeds, en nadat subsidies zijn toegewezen, zou
hebben overgedragen aan een derde. Dat nochtans uit de definitie van het PPS
zoals bepaald bij Decreet van 18 juli 2003 (BS
19 september 2003) voortkomt dat de
hoedanigheid van de leden en realisatie van het stadsvernieuwend project door
deze leden essentieel is (cfr. ook Parl.
St. Vl. R. 2002-2003, nr 1722/1, 4-6). Dat de subsidie dan ook ‘intuitu
personae’ is toegekend ‘onder de
voorwaarde dat deze subsidie kan worden stopgezet of teruggevorderd wanneer de
hoedanigheid van de betrokken partijen zou wijzigen.”(stuk 14-15) Dat het
onderdeel financieel plan van het bestreden BPA en motivering dan ook gebrekkig is.
1.5. Aangezien mijn verzoekers belang en hoedanigheid hebben bij de
gevorderde maatregelen van schorsing en vervolgens nietigverklaring. Dat immers
de tenuitvoerlegging van de beschikking van de gemeenteraad van 29 mei 2007
directe implicaties zal/kan hebben voor de leefomgeving van mijn verzoekers.
Dat zij als buurtbewoners in hun rechten of
omgeving zijn gegriefd door de beslissing. Het nadeel dat mijn verzoekers lijden
is persoonlijk, direct, zeker, actueel en wettig. Er bestaat dan ook een
voldoende geïndividualiseerd verband tussen de bestreden beslissing en de
belangen van mijn verzoekers.
1.6. Aangezien mijn verzoekers reeds diverse acties en klachten tegen
het voornoemde project hebben geuit. Dat met hun grieven nochtans geen enkele
rekening wordt gehouden. Zo verwijst de beslissing niet, noch beantwoordt de
beslissing van 29 mei 2007 op de bezwaren ingediend door mijn verzoekers (stuk
3, 5). Dat nochtans het verslag van het adviesorgaan Gecoro (stuk 12) deze
bezwaren wel uitvoerig behandelt in haar verslag van 24 april 2007. Dat het
schepencollege en de gemeenteraad de argumenten en het bezwaarschrift van mijn
verzoekers niet behandelt. Dat het BPA dan ook formeel niet is gemotiveerd en
de op straffe van nietigheid voorgeschreven vormregels zijn geschonden.
Dat alleszins noch formeel noch inhoudelijk de
buurtbewoners om advies/inspraak werd gevraagd ten aanzien van de beslissing
van afbraak van het Internationaal Zeemanshuis (stuk 10, 11). De argumenten van
de buurtbewoners werden inhoudelijk nooit beantwoord of besproken. De
gemeentelijke overheid ontwijkt en geeft geen aandacht aan de verzuchtingen van
de buurtbewoners.
1.7. Het Internationaal Zeemanshuis is zonder twijfel een cultureel
en historisch belangrijk gebouw dat behoort tot het waardevol patrimonium van
de havenstad. Momenteel heeft de Minister een onderzoek geopend voor de
bescherming van het gebouw. Het zeemanshuis is omringd door een groene zone.
Zonder motivering of voldoende objectief gegronde motieven wil de Stad
Antwerpen nochtans de afbraak organiseren van het Internationaal Zeemanshuis om
het te ‘vervangen’ door een exclusief en gesloten woonproject. Dergelijke luxe
woningproject is zonevreemd.
Uit
de vijf weerhouden ontwerp projecten na aanbesteding werd de ene gekozen welke
de afbraak voorstelde terwijl de andere vier het behoud van het Zeemanshuis
voorop stelden. Voor deze keuze, tegen de absolute meerderheid van voorstellen
in, bestaat geen motivering.
De
beslissingsprocedure en motieven van de gemeente zijn niet transparant en zelfs
misleidend. Er werden nadien, dus na de voldongen beslissing van de afbraak
oneigenlijke en zelfs drogmotieven gegeven ter verantwoording van de
beslissing, Deze motieven zijn weerlegd nadien één voor één door het dossier.
Zo werd gezegd dat het bestaande zeemanshuis constructief niet gezond zou zijn
(stuk 10), terwijl de ingenieursstudie in opdracht van de ontwikkelende
maatschappij net het tegenovergestelde besluit (stuk 9). Zo wordt gesteld dat
de oorspronkelijke wooneenheid dient hersteld te worden terwijl op de locatie
nooit een dergelijke wooneenheid is geweest. Voorheen bevond zich op de locatie
een klooster en nadien een Napoleontisch fort. Zo werd voorgehouden dat een
nieuwbouwproject geen negatief financiële implicaties heeft en een gelijkend
budget vergt als voor de renovatie, terwijl studies uitwijzen dat een
nieuwbouwproject minstens 40% duurder is (stuk 9, 10).
Nog in de voorgaande beleidsrichtlijnen over de
herontwikkeling van het schipperskwartier van het college van Burgemeester en
Schepenen (zitting van vrijdag 19 maart 2004) werd gestatueerd dat ‘het maritiem hotel ondergebracht zou worden
in het bestaande gebouw dat gerenoveerd en geïntegreerd wordt binnen het
stadsproject Falconplein-zeemanshuis’ (stuk 4).
1.8. Door de ontwikkeling van het project onttrekt de Stad Antwerpen
een publieke groene zone aan de buurtbewoners. Deze wordt ‘vervangen’ door omsloten
‘private’ groene zones intern aan het project. Een dergelijke beslissing is
nochtans in strijd met de beleidslijnen van de Stad Antwerpen. De beslissing
van de jury, welke enkel bestond uit betrokken partijen is niet in
overeenstemming met de aanbesteding welke ook het behoud van waardevolle
gebouwen als principe vooropzette.
In
de plaats van het behoud van de eigenheid van de buurt met behoud van het
erfgoed, wordt een project voorgesteld dat oneigenlijk is aan de buurt en haar
bewoners. Exclusieve en privatieve wooneenheden (als een ghetto) worden
ontwikkeld waarbij de buurt en haar bewoners worden uitgesloten van (bestaande)
groene zones en toegankelijkheid (stuk 2).
Zo
neemt het vooropgestelde project licht en lucht weg uit de buurt. Het project
is dan ook niet in overstemming met de beleidslijnen van de Stad Antwerpen door
het weghalen van groen, het in de hand werken van sociale afzondering en het
afbreken van een cultureel waardevol gebouw. Momenteel loopt een onderzoek voor
de erkenning van het gebouw als cultureel erfgoed. Het belang van het behoud
van het zeemanshuis volgt uit diverse onafhankelijke studies (stuk 8).
Verzoekers hebben zich dan ook verzet tegen het slopen van het gebouw. Zij
werden hierin nooit gehoord.
1.9. De aanpassing van het voorstel van herziening van het bijzonder
plan van aanleg blijkt een afdruk (inkleuring) van het weerhouden project van
het bureau Rapp & Rapp. Het voorstel is geen doordacht en plankundig
gemotiveerde beslissing. De herziening van het bijzonder plan van aanleg werd
blijkbaar genomen, om nadien de verantwoording te vinden.
De
bestuursbeslissing is dan ook niet gemotiveerd of evenwichtig.
II. Ten
aanzien van het belang
De
tenuitvoerlegging van de bestuursbeslissing zal ongetwijfeld implicaties hebben
voor de leefomgeving van mijn verzoekers. Dat mijn verzoekers immers wonen in
het beheersingsgebied van het bestreden bijzonder plan van aanleg.
Door de herziening van het bijzonder plan van
aanleg met inplanting van een ‘zone vreemd’ woonproject, bij wijze van
geïsoleerd eiland, zal het uitzicht, groene zone en buurtwerking volledig
wijzigen. Het voorgestelde project past niet in het straatbeeld en niet in de
wijk. De afbraak van een bijzonder gebouw zal de woonkwaliteit van mijn
verzoekers negatief beïnvloeden. Dat enkel al het feit dat mijn verzoekers in
de onmiddellijke nabijheid wonen van het Zeemanshuis, met name in het gebied
waarop de herziening van het bijzonder plan van aanleg betrekking heeft, mijn
verzoekers een persoonlijk belang geeft bij hun beroep (Cfr. RvSt. 30 november
1999, inzake nr. 83.749; RvSt. 3 februari 1999, inzake nr. 78.487).
Dat
het beroep dan ook ontvankelijk dient te worden geheten.
III. Ernstige middelen
De juridische basis voor de
vordering betreft:
- Het
Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting van de
ontwerpgewestplannen en de gewestplannen
- Het
Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 betreffende het vastgelegde gewestplan
voor de regio Antwerpen;
- Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen;
- Het
Decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 en
aanpassingen;
- Het
Decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en
aanpassingen;
- Het
Ministrieel Besluit van 20 april 2001 houdende goedkeuring van het bijzonder
plan van aanleg Antwerpen Binnenstad.
Het Bijzonder Plan van Aanleg vult de bepalingen van het Algemeen Plan van
Aanleg en het Gewestplan aan, en dient daarmee in overeenstemming te zijn. De
wijziging van het Bijzonder plan Van Aanleg kan niet willekeurig gebeuren,
zoals in casu. De bezwaarschriften tegen de wijziging handelden reeds over de
schending van de wettelijke bepalingen betreffende het openbaar onderzoek, over
het voorafgaand advies van de Gecoro, over het onverenigbaar karakter van de
bestemmingswijziging en de omgeving en over de motivering van een dergelijke
beschikking.
Aangezien het betrokken perceel gelegen is in een woongebied met culturele,
historische of esthetische waarde van het gewestplan voor de regio Antwerpen,
vastgesteld bij Koninklijk Besluit 3 oktober 1979.
Schending van de wetgeving en
reglementaire bepalingen terzake:
3.1. Aangezien het bestreden bijzonder plan van aanleg de
voorzieningen en bepalingen in het gewestplan schendt. Dat artikel 16,
vierde lid van de wet van 29 maart 1962 houdende de organisatie van de
ruimtelijke ordening en van de Stedenbouw bepaalt:
“ Wanneer een streek-, gewest of algemeen plan
bestaat, richt het bijzonder plan zich naar de aanwijzingen en bepalingen
ervan, en vult ze aan. Het kan er
desnoods van afwijken.”
Dat het gewestplan blijft gelden tot het wordt
vervangen na een herziening en het bijzonder plan van aanleg zich richt naar de
bepalingen ervan. De uitdrukking dat het bijzonder plan van aanleg ervan
“desnoods kan afwijken” wijst op het uitzonderlijk karakter van het procédé in
de tijd en omvang. Dat het bestreden bijzonder plan van aanleg dan ook werd
vastgesteld met schending van artikel 16, vierde lid van de Stedenbouwwet (cfr.
RvSt. 3 februari 1999, inzake nr. 78.487; RvSt. 27 september 2000, inzake nr.
89.823; R.vSt. 3 maart 1999, inzake 79.075, RvSt. 14 december 1995, inzake
57.035).
Dat de ontwikkeling van
Dat de schending van artikel 16, vierde lid van de
wet van 29 maart 1962 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en
van de Stedenbouw de vordering van nietigverklaring verantwoordt.
3.2. Aangezien overeenkomstig de IAO Conventie nr. 163 zoals
bedongen te Genève op 8 oktober 1987 (‘ILO Convention nr. 163 concerning
Seafarer’s Welfare at Sea and in Port’) , in het bijzonder artikel 3 elke
lidstaat ertoe gehouden is om in een havenstad te voorzien in opvang en welzijn
van de zeelieden ongeacht de nationaliteit. Dat door de afbraak van het
Internationaal Zeemanshuis, De Belgische Staat deze internationale verplichting
niet nakomt. Dat de wijziging van het BPA dan ook een internationaal verdrag
schendt.
3.3. Aangezien de wijziging van het BPA waarvan de uitvoering de
realisatie betreft van het stadsvernieuwend project Falconplein-Zeemanshuis,
gekoppeld is aan de toekenning van een subsidie van de Vlaamse overheid in de
aangelegenheid (Publiek-Private Samenwerking PPS) geregeld bij decreet van 18
juli 2003 (BS 19 september 2003). Dat
de hoedanigheid van de private partner bij de PPS essentieel is voor de
toekenning van de subsidie, en voorwaarde vormt voor de stopzetting dan wel
terugvordering van de financiële steun. Dat de privé-partner in de
Publiek-private samenwerking (PPS), SD Worx het aandeel reeds zou hebben
overgedragen aan een derde partij. Dat de subsidie ‘intuitu personae’
toegekend, kan worden teruggevorderd. Dat het onderdeel financieel plan van het
bestreden BPA en motivering desbetreffend dan ook gebrekkig zijn en de wet op de PPS schendt.
De overtreding van substantiële en
op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen:
3.4. Schending van formele vormvereisten: De beslissing van het
gemeentebestuur werd genomen zonder inspraak of werkelijke consultatie
ten aanzien van de beslissing betreffende de afbraak van het Zeemanshuis en
zonder mijn verzoekers daarin te kennen. Diverse opmerkingen en bezwaren werden
geformuleerd waarop de Stad Antwerpen geen gevolg of repliek heeft gegeven.
De
Stad Antwerpen motiveert niet waarom een historisch en sociaal waardevol gebouw
dient te worden gesloopt en vervangen voor een lucratief project in een publiek/private
samenwerking. Diverse expertise en aanbevelingen pleiten nochtans voor het
behoud van het gebouw.
Noch
architectonisch, noch financieel, noch historisch, noch sociaal wordt een reden
gegeven voor de afbraak van het Internationaal Zeemanshuis. Dat tegen vier van
de vijf voorstellen in werd gekozen voor de afbraak van het Internationaal
zeemanshuis zonder hiervoor een reden te geven.
3.5. Dat tijdens het openbaar onderzoek 4 bezwaarschriften werden
ingediend. Het college van Burgemeester en schepenen heeft beslist op 29 mei
2007 om akkoord te gaan met het verslag van 24 april ter weerlegging van de
bezwaarschriften. Dat de beslissing van de Stad Antwerpen nochtans geen gewag
maakt van het bezwaarschrift van mijn verzoekers, noch van de petitie van de
buurtbewoners. (5.000 handtekeningen)
De
buurtbewoners zijn nooit geraadpleegd geworden over het specifieke vraagstuk
van de afbraak of behoud van het Internationaal Zeemanshuis.
3.6. De bestuursbeslissing berust op tegenstrijdige argumentatie
en onvoldoende motivering (schending van de wettelijke formele en
materiële motiveringsplicht, artikelen 108 en 129 Grondwet en artikelen 20 en
23 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke
ordening en de stedenbouw; artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de
uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen). Aanvankelijk heette het dat
het Internationaal Zeemanshuis constructief niet gezond zou zijn (brief van de
Burgemeester van 25 mei 2005). Momenteel is aangetoond (Expertise Docomomo dd.
29 juni 2005) dat ten aanzien van de constructie van het gebouw geen
aanmerkingen bestaan. Dan heette het dat de oorspronkelijke wooneenheid diende
hersteld te worden, terwijl de locatie voorheen nooit een wooneenheid is
geweest.
De
beslissing van het slopen volgt na een openbare aanbesteding waarvan de jury
een onvoldoende gemotiveerde en objectieve beslissing heeft genomen. Uit de
vijf weerhouden projecten werd de ene gekozen met afbraak terwijl de andere
vier het behoud van het Zeemanshuis vooropstelden. Voor deze keuze wordt geen
motivering gegeven.
In
een reactie op een interpellatie van de heer gouverneur bevestigt de schepen de
heer Tuur Van Wallendael het historisch waardevol karakter van het Internationaal
Zeemanshuis, terwijl in diverse interviews in kranten (Het Nieuwblad 5 juni
2003 en Het Nieuwsblad 31 mei 2005) de heer Tuur Van Wallendael het Zeemanshuis
een ‘lelijk Stalinistisch gebouw’ noemt. En ‘architecturaal van geen waarde’.
Er werd echter nooit een onafhankelijk historisch onderzoek gedaan (zoals
nochtans gevraagd door de organisatie Docomomo).
In
tegenstelling tot hetgeen de Gemeente beweert, blijkt uit een onafhankelijke bouwtechnische
studie dat de sloop en nieuwbouw financieel veel kostelijker is dan de
renovatie. Uit dezelfde studie komt voort dat het gebouw perfect voor
renovatie, gebruik en ‘herbestemming’ geschikt is.
In
een presentatie op maandag 23 mei 2005 verklaarde de burgemeester van de Stad
Antwerpen in aanwezigheid van voormalig bouwmeester
De motivering van de beslissing is dan ook
manifest gebrekkig.
Overschrijding en afwending van
macht, schending van de beginselen van behoorlijk bestuur:
3.7. De beslissing druist in tegen de eigen beleidslijnen van
de Stad Antwerpen. De Stad wil groene zones, historisch erfgoed en de eigenheid
van buurten bewaren en promoten. De beslissing om het Internationaal
Zeemanshuis te slopen gaat hier regelrecht tegenin.
De
afbraak van het historisch en cultureel waardevol Zeemanshuis in de havenstad Antwerpen
is dan ook strijdig met artikel 14 van de Wet houdende organisatie van de
ruimtelijke ordening en van de Stedebouw van 29 maart 1962, dat ernaar streeft
tot het behoud van waardevolle gebouwen en sites ongeschonden te bewaren.
Ter zitting van het college van Burgemeester en
Schepenen van vrijdag 19 maart 2004 werd nog beslist tot het behoud en de
renovatie van het gebouw Internationaal Zeemanshuis.
De programma eisen in verband met groene ruimte
(p. 12) in de projectdefinitie van het Stadsproject Falconplein-Zeemanshuis
geven duidelijk aan dat het nieuw project 24u op 24 publiek toegankelijk, open
en gastvrij dient te zijn. Nochtans zijn de groene binnenruimtes gesloten.
Gelijkaardige projecten met binnenplein hebben aangetoond dat deze niet publiek
toegankelijk zijn.
3.8. Het project wordt gerealiseerd in vereniging met een private
partner. De opzet van het project lijkt dan ook op de eerste plaats een
financieel gewin, eerder dan de door de beslissing gegeven motieven. Ten
aanzien van de deelneming van de private partner bestaat geen transparantie.
Dat
de bestreden herziening van het bijzonder plan van aanleg geen ‘gedetailleerde
bestemming’ geeft, zoals nochtans bedoeld in artikel 14 van het Decreet
betreffende de ruimtelijke ordening en evenmin de voorschriften vastlegt
betreffende de concrete invulling, grote en welstand van de gebouwen en open
ruimten. Dat het niet gegeven is op welke wijze binnentuinen publiek
toegankelijk kunnen of zullen zijn. Dat zodoende de concrete inrichting en
ordening van de betrokken zone wordt onttrokken aan de reguliere
besluitvormingsproces van een bijzonder plan van aanleg zoals dit werd bepaald
door de Decreetgever. Dat de voorschriften niet kunnen worden overgedragen aan
vergunningverlenende overheid, nu deze beoordeling dient vooraf te gaan aan de
vaststelling van de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van
aanleg waarin de gedetailleerde bestemming van het betrokken gebiedsdeel reeds
dient te zijn vastgelegd (Cfr RvSt. 12 mei 2005, inzake nr. 144.322)
Ook
ten aanzien van de advies- en beslissingsorganen bestaat geen transparantie. De
advies en overlegorganen zijn belanghebbend. De beslissing is dan ook genomen
door leden van deze organen welke niet onafhankelijk zijn.
3.9. Aangezien er sprake is van machtsafwending nu de
bestuursoverheid de bevoegdheid welke hem bij wet tot het bereiken van een
aspect van algemeen belang is gegeven, vermoed wordt te worden gebruikt tot het
nastreven van een ander doel (cfr RvSt. 6 januari 1999, inzake nr. 77.987), met
name de realisatie van winsten.
3.10. De beslissing tot herziening van het bijzonder plan van aanleg
wordt tevens aangevochten op grond van het onpartijdigheidsbeginsel en
het objectiviteitsbeginsel. De leden van de adviesraden zijn politiek
mandatarissen of vertegenwoordigers van de private partner in het project. Zij
kunnen dan ook geen objectief advies geven over zaken waarbij zij rechtstreeks belang
hebben, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde. Onder rechtstreeks belang
moet worden verstaan alle belangen waarvan het lid van het adviesorgaan niet
met redelijke zekerheid kan worden geacht voldoende afstand te kunnen nemen om
de belangen van zijn organisatie geen voorrang te verlenen boven het algemeen
belang (cfr. RvSt. 26 april 2005, inzake nr. 143.663). Het volstaat daarbij dat
de aangehaalde feiten voldoende aannemelijk maken dat bij de beraadslaging en
adviesverlening een belangenvermenging in de persoon van de leden van het
adviesorgaan mogelijk waren. Dat
zodoende het rechtmatige vertrouwen van de burger zou kunnen zijn
geschonden.
IV. Moeilijk
te herstellen nadeel
Het besluit van 29 mei 2007 waarbij de
gemeenteraad het plan definitief goedkeurt betreft een van een administratieve
overheid uitgaande handeling met bindende kracht met de waarde van een
verordening. Zij heeft dus rechtsgevolgen en kan nadeel berokkenen (cfr. RvSt.
30 november 1999, inzake nr. 83.749). Dat het beroep tegen de beslissing tot
herziening van het bijzonder plan van aanleg dan ook ontvankelijk is.
Dat het nadeel voor de buurtbewoners reëel is, met
name gelet op de omvang van het project, de overlast, verkeershinder en
onttrekking van groene zones. Door de grootte van de vergunde inrichting, de
hoogte en de aard zal de ruimtelijke ordening onomkeerbaar geschonden zijn. De
afbraak van het cultuur historisch gebouw kan niet worden hersteld. De gehele
omgeving zal essentieel van karakter veranderen (cfr. RvSt. 20 maart 2000,
inzake nr. 86.099). .
V. Dringende
noodzakelijkheid
Samen met de verzoekers kan worden aangenomen dat,
zonder schorsing het risico reëel is dat een arrest ten gronde pas zal
tussenkomen op een ogenblik dat de gemeente haar beleidsoptie reeds zal hebben
uitgevoerd door middel van de herziening van het bijzonder plan van aanleg en
sloop van het Internationaal Zeemanshuis. Dat de vrees voor voldongen feiten
dan ook effectief is. Dat het nadeel door de realisatie van een nieuw bouw
project zoals voorgenomen dan ook ernstig en onherstelbaar is (Cfr. RvSt. 6
juli 2000, nr. 88.653).
Dat
de vordering alvorens recht te doen tot nietigverklaring, met name tot
schorsing van de voornoemde beslissing dan ook gegrond is.
OM DEZE REDENEN
BEHAGE HET DE RAAD VAN STATE
Bij middel van dringende maatregel, de schorsing te bevelen van de
tenuitvoerlegging van de beslissing van de gemeenteraad van de Stad Antwerpen gewezen
op 29 mei 2007, houdende de definitieve vaststelling van het ontwerp van
gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg ‘Binnenstad’
(stadsproject Falconplein-Zeemanshuis), district Antwerpen;
De kosten ten laste te leggen van de verwerende partij.
Dienvolgens het beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en de
voornoemde beslissing van 29 mei 2007 te vernietigen.
Antwerpen, 17 oktober 2007
Voor
verzoekende partijen
Hun
raadsman, Francis de Clippele
Bijlage : inventaris van bijgevoegde
stukken
Inventaris met bewijsstukken
1. Gewestplan regio Antwerpen
2. Bestreden BPA van 29 mei
2007
3. Bezwaarschrift van 12
januari 2007
4. Proces-verbaal
van beraadslaging van het college van Burgemeester en Schepenen van 19 maart
2004
5. Proces-verbaal
openbare zitting van de gemeenteraad van 29 mei 2007
6. Projectdefinitie Stadsproject Falconplein-Zeemanshuis
7. Advies plangroep
8. Verslag Do.co.mo.mo
9. Verslag Arcadis
10. Brief van de burgemeester
van de Stad Antwerpen van 25 mei 2005
11. Brief van schepen Tuur Van
Wallendael
12. Rapport van Gecoro ter
weerlegging van de bezwaarschriften
13. Verslag van de jury bij
aanvraag tot toekenning van subsidies
14 Subsidiëring procesverslag
van Fase II van de selectie
15. Nota aan de Vlaamse Minister van Binnenlands bestuur,
stedenbeleid, wonen en inburgering