CHRONOLOGIE
BURCHTGRACHT
Tot
midden de jaren 1960, toen de hele buurt rond het oude Vleeshuis plat werd
gelegd, was de Burchtgracht en omgeving een volksbuurt. Het is ook een
historische prostitutiebuurt van Antwerpen. Het oudste beroep ter wereld werd
er uitgeoefend tot het eind van de jaren ‘90.
Oprukkende
vastgoedontwikkeling ging toen hand in hand met het prostitutie
terugdringingbeleid van de Stad.
In
2001 werden bouwaanvragen voor grootschalige ingediend voor de Noordblok(door M&M) en voor de Zuidblok(door
Illegems) Voorafgaandelijk waren de bouwheren
verplicht een Cultuur Historisch en Esthetisch rapport (afgekort “CHER”) op te maken. Zulks werd
gedaan door de onafhankelijke archeoloog Petra Maclot.
Daarvan luidde het advies om waardevolle delen te behouden en bij afbraak
extensieve archeologische opgravingen te doen aan de binnenkant van de muur van
de burcht, het oudste deel van Antwerpen. Op basis van de CHER’s
werden de 2 bouwprojecten toen door het stadsbestuur afgeketst en werd een bouwstop
gedecreteerd.
De
twee huizenblokken kwamen toen nagenoeg volledig leeg te staan. In een stad
waar de prijzen van huurwoningen de pan uitswingen en waar een serieus tekort
is aan sociale woningen is de rekensom vlug gemaakt. Woningtekort + leegstand =
bezetten van gebouwen (kraken). Niet alleen werd daarmee verkrotting en
vandalisme tegengegaan. De gebouwen werden beschermd, onderhouden en kregen een
sociaal en cultureel nuttige bestemming. Vooral arme kunstenaars vonden er een
woonplaats en een atelier.
DE NOORDBLOK
In
2003 werd na maandenlange besprekingen tussen de diensten Monumenten &
Landschappen en Archeologie langs de ene kant en die nieuw opgerichte firma MM
& Illegems een consensus bereikt betreffende de Zuidblok. Een nieuw dossier werd ingediend in oktober
Artikel uit de
o
Een beetje vreemd
misschien voor 'De krant die vooruitdenkt', maar ik wil u toch graag even
meenemen naar het Antwerpen van het begin van de 19de eeuw. Meer bepaald naar
het hart van de oudste stadskern, ter hoogte van de Jordaenskaai.
Een plek die elke Antwerpenaar op zijn beurt in het hart zou moeten dragen,
want hier lag ooit het opgeworpen land dat de Franken 'aanwerp' noemden, wat
later Antwerpen zou worden. Hier meerden de eerste boten aan, ontwikkelden zich
de eerste commerciële havenactiviteiten, wachtten de binnenschepen met hun
ladingen voor Brussel en Mechelen, keek De Werf met
zijn kranenhoofd uit op vlieten en grachten. Met de eerste (1803-1821) en
vooral de tweede (1877-1888) rechttrekking van de Schelde werd de 'aanwerp' met
de botte bijl verwijderd, en verdwenen niet alleen de eerste stadskern met zijn
historisch waardevolle gebouwen maar ook de restanten van de middeleeuwse
stadsmuren.
Zo. Genoeg achteromgekeken. Het is het heden dat ons bezighoudt, en met name de tijd die het stadsbestuur vandaag uittrekt om
zich te buigen over de bouwtoelating voor projectontwikkelaar Onroerende
Promotie nv. Deze Nederlands-Belgische
constructie wil in het gebied tussen Jordaenskaai,
Zakstraat en Burchtgracht 31 appartementen neerpoten. Een mooi project, daar
niet van, maar wel pal op de plek waarvan archeologen wéten dat ze er heel wat
moois zullen bovenhalen. Het is een schoolvoorbeeld van een dilemma: een beetje
politicus wil geen vernieuwingsproject mislopen, maar
ook niet de fout maken waardoor al zoveel historische rijkdom onder
bulldozergeweld werd bedolven. De projectontwikkelaar maakt het de Antwerpse
stadsbestuurders ook niet makkelijk. Eerst de
bouwtoelating, en dan pas praten over eventuele opgravingen, zo redeneert men
daar. Ik snap
ze wel. Met archeologische opgravingen van die orde ben je meteen een paar
maanden zoet, en dat kost tijd en dus geld. Het probleem is dat de stad geen
enkel drukkingmiddel heeft.
Overheidsprojecten moeten rekening houden met archeologische verzuchtingen,
particulieren moeten dat niet. Er is wel de Conventie van Malta die dat netjes
regelt, en waarbij aannemers verplicht worden voldoende middelen en tijd uit te
trekken, maar ons land heeft die conventie nog niet geratificeerd. Heren-dames in het Brusselse, wilt u daar alvast snel werk
van maken?
Ondertussen moeten we maar rekenen op het onderhandelingstalent van de
stedelijke diensten en op de burgerzin van de bouwheer. Ook dat laatste lijkt
me geen onzinnige vraag.
De Vereniging Voor Bodem
en Grot Onderzoek verspreidde volgende tekst:
o
S.O.S. BODEMARCHIEF MIDDELEEUWS ANTWERPEN!
Elk moment nu dreigt de vergunning voor
een grootschalig nieuwbouwproject met ondergrondse parkeergarages immers ons
oudste stuk patrimonium te vernietigen. Nochtans zijn reeds
in 1999 en 2000 voor de beide bouwblokken tussen Jordaenskaai
en Burchtgracht door een onafhankelijk onderzoeker CHE-Rapporten
opgemaakt, op vraag van de Stad Antwerpen als achtergrond en advies bij de
beoordeling van twee ingediende nieuwbouwontwerpen. Sinds begin 1999 is immers
voor de gehele binnenstad het statuut van kracht van 'zone van Culturele,
Historische en Esthetische waarde', waar een onafhankelijke doorlichting
vereist is bij elke intentie van verbouwing. Beide rapporten stelden duidelijk
als 'bindende afspraak' de 'uitdrukkelijke voorwaarde' tot enig gesprek over
sloopwerken of nieuwbouw op die site, het vooraf georganiseerd en deskundig
onderzoek van deze archeologisch uitzonderlijk waardevolle zone, inclusief
publicatie van de resultaten. Ook benadrukten ze de bouwhistorische,
monumentale en esthetische kwaliteiten van bepaalde gedeelten van de
bovengrondse bebouwing die daarom te behouden en te integreren waren in het nieuwbouwcomplex.
Dwars doorheen de zone zijn namelijk overal in de
scheimuren van panden tot op grote hoogte aanzienlijke segmenten teruggevonden
van de massieve oude burchtmuur, waarvan enkel aan beide zijden van de
Vleeshouwerstraat en aan het Steen nog segmenten zichtbaar zijn. De riolering
die in 1833 de open burchtgracht verving, functioneert nog steeds en is
industrieelarcheologisch waardevol. De gebouwen die erop gezet zijn getuigen
van het totaalconcept van de gevelwand als een eenheidsbebouwing in een
strakke, nog Frans getinte classicistische stijl: de huizenreeks Burchtgracht
NRS. 12, 10, 8 en 6 uit 1836 is volledig bewaard; rechts daarvan staat nog de
onderbouw van de oude 'Vleeschhalle Sint-Jan' zoals ze verfraaid is in 1848; verderop blijkt het nr. 2-4 de restant te zijn van de stenen brug met huis,
die in de late 17de-eeuw over de burchtgracht is gebouwd. Stuk voor stuk zijn
het waardevolle monumentale elementen waarmee dient rekening te worden
gehouden. Eens te meer blijkt ons arme Antwerpen vogelvrij te zijn. En
misschien nu méér dan ooit, ondanks het bestaan van het statuut van wettelijke
bescherming als monument en als stadsgezicht, ondanks het statuut van Zone van
Culturele, Historische en Esthetische waarde voor de hele binnenstad. Wie durft
nog schande te spreken van wat er bij de rechttrekking van de Scheldekaaien gebeurd is in de 19de eeuw? Nu méér dan een
eeuw later heeft ons stadsbestuur nog niets bijgeleerd, ondanks de enorme
technische onderzoeksmogelijkheden, ondanks de wettelijke apparaten, en vooral,
ondanks het duidelijk alsmaar snel en drastisch slinkende patrimonium! Is de
logica van de redenering 'Hoe schaarser, hoe waardevoller' dan nog niet
doorgedrongen, of wordt die schaarste juist bewust in de hand gewerkt, zodat
uiteindelijk amper enkele extra gekoesterde eilandjes zouden overblijven,
temidden van een paradijs voor bouwpromotie? Ondanks openbare diensten
Monumentenzorg en Archeologie op federaal, provinciaal, stedelijk vlak, ondanks
gespecialiseerde opleidingen en publicaties, ondanks een groeiende afdeling
Geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen, ondanks de deskundigen en
verenigingen die zich met de Antwerpse geschiedenis bezighouden, ondanks de
vestiging van een Erfgoedhuis, een Erfgoedcel, ondanks het bloeiend
toerisme en Open Monumentendagen, etc. Verder dan de Grote Markt en de Wapper,
Zurenborg of het Zuid, en iets minder evidente wandelingen die recent in de
mode gekomen zijn, gaat de aandacht voor het bouwkundig
en archeologisch patrimonium niet. Ondertussen is het voortbestaan van wat ons
na al die grootse werken nog rest van de ware bakermat van onze stad nog steeds
niet beschermd. Daarmee is het overgeleverd aan de willekeur van slechts enkele
ambtenaren, die God mogen spelen over dit unieke historische eigendom van de
gemeenschap, en deskundige rapporten naar eigen zin mogen 'interpreteren'. Wat
er daarna mee gebeurt, geeft voedsel aan een breed
gamma van verdenkingen: gebrek aan weerstand tegen de druk van bouwpromotoren
of politiek gelobby, of gebrek aan kennis ter zake, of onverschilligheid? Wat
er ook van aan is, geen enkele verklaring verschoont deze lakse houding. Deze
en andere verdenkingen mogen dan misschien zwaar klinken, maar hoe anders kan
verklaard worden wat er gebeurt? Wat
daar al eeuwen ligt aan bodemarchief en aan stille, maar daarom niet minder
monumentale ondergrondse getuigen van de oudste stedelijke bebouwing, de kennis
die daarin besloten ligt, en die zal invullen en misschien zelfs zal herroepen
wat uit het al te beperkte aantal archiefteksten en iconografische documenten
maar fragmentarisch bekend kan geraken, zou moeten gekoesterd en bewaakt worden
als een schat van prioritair belang!Waar zijn ze, al die ambtenaren en
politici die het in de media zo graag hebben over verantwoordelijkheid en deskundigheid,
over inspraak en openheid? De kwestie van de burchtsite bewijst dat in
Antwerpen nog alles mogelijk is en dat ons voortdurend van alles wordt
verzwegen of wijsgemaakt. Het wordt de hoogste tijd dat er klaarheid komt, dat
een coherente visie wordt ontwikkeld en dan ook consequent hard gemaakt. Waarom
zou een stad als Antwerpen niet eens en voor altijd autonoom kunnen beslissen,
dat wat rest van haar oudste kern voortaan dient gerespecteerd, koste wat kost,
hoe hard het ook tegen de zin mag zijn van grondspeculanten en bouwpromotoren?
Het niet geratificeerde Verdrag van Malta, dat aannemers verplicht tijd en geld
te voorzien voor eventueel onderzoek, is een laf excuus. Ook de uitspraak van
de ministers Van Mechelen en Peeters
als zou de achterstand van de werken aan de leien te wijten zijn aan de
archeologische opgravingen, is een hypocriet voorwendsel. Als alles deskundig
en genoeg op voorhand bestudeerd, gepland en begroot is, kan onderzoek nooit
bouwplannen belemmeren. Als Antwerpen nog enige zin voor zelfrespect heeft, nog
enig historisch besef, dan laat ze niet langer toe dat haar monumentaal en
vooral archeologisch patrimonium doorbroken, gesloopt, uitgegraven wordt of
overgelaten aan het toeval van eventuele noodopgravingen! Burgemeester, historici
onder de schepenen, stadsarchivaris, conservatoren, stadsarcheologen,
professoren, onderzoekers, verenigingen, Sinjoren, en
ieder die zich onbaatzuchtig inzet voor het patrimonium van deze stad of zich
om haar bekommert, besef het gigantisch historische belang van deze site, besef
de flagrante fout dit nu te negeren! Want daar waar archieven als bron uitgeput
zijn, is het deskundige onderzoek van het bodemarchief binnen de Burchtgrachtzone de enige hoop om ooit nog de middeleeuwse
geschiedenis van Antwerpen verder te ontsluiten. Bovendien
overstijgt de waarde van deze informatie het lokale belang, en brengt ze
inzicht in de ontwikkeling van de middeleeuwse rivier- en handelssteden in heel
Europa. De Stad kan een nieuwbouwproject voor een kleine groep
kapitaalkrachtigen toch nooit belangrijker achten dan een onderzoek dat van
onbetaalbare waarde is voor zovele mensen nu en later?'t
Is dus nu of nooit meer: Historici, Verenig U in Eén Groot & Luid Protest!
Eis Onderzoek!
Het
punt kwam ter sprake op het College van Burgemeester en Schepenen van 2 juli en
van 20 augustus 2004. Districtraadslid
Kort
daarna werd een akkoord bereikt tussen de overheid en de eigenaar waarbij er 10
maanden werden uitgetrokken voor archeologische opgravingen. De eigenaar moest
de helft van de kosten voor archeologische opgravingen betalen. Namelijk
137.500 € Op zondag 12 september
2004 werd in het kader van open monumentendag aan alle cultuurminnenden
een unieke kans geboden om een bezoek te brengen aan de St. Jans-Vleeschhalle,
een historisch monument in de Zuidblok. Archeologen
en historici gaven rondleidingen geven in de hallen en omgeving. Het evenement
werd georganiseerd door DAK vzw en Koevoet(o.k.) met medewerking van de
bouwheer Onroerende Promotie NV en de archeologen en historici van de vzw
Antwerpse Vereniging voor Bodem en Grotonderzoek.
Kort daarna, in september nog, werden 4 krakers
door de eigenaars voor de rechter gedaagd. Er werd per man duizenden euro’s aan
schadevergoeding geëist. De krakers wonnen het proces. Wat nogmaals
aantoont dat kraken legitiem is. Binnen bepaalde voorwaarden laat de wet toe dat
gebouwenbezet worden.
In oktober 2004 begon de afbraak van nagenoeg de
volledige Noordblok. Tot op ‘maaihoogte’, zoals
afgesproken was. Zoals afgesproken werd de historische St. Janshalle
bewaard. Maar een paar maand later was die op een
morgen verdwenen.
De blok bleef plat liggen en bevindt zich heden nog in dezelfde toestand. Enige tijd later werd de
grond doorverkocht aan het vastgoedbedrijf Immpact.
Dezen hebben de onafhankelijke archeoloog Petra Maclot
in dienst genomen als archeologisch consulent. Ze hebben een bouwproject
ontworpen waarbij de Burchtmuur gevaloriseerd wordt. Immpact
zal de afspraken betreffende financiering en timing van archeologische
opgravingen die in 2004 gemaakt werden honoreren.
DE
ZUIDBLOK
In de zuidblok op nr 14 Burchtgracht bevindt zich een voormalig publiek
badhuis. Het gebouw werd midden de jaren ’60 in dienst gesteld maar verloor
haar functie van badhuis reeds in de jaren ’70 van de
vorige eeuw. Het kwam leeg te staan. Kreeg tijdelijk een functie als
gezondheidscentrum voor prostituees maar kwam midden de jaren ’90 weer leeg te
staan. Begin 2000 werd het gebouw gekraakt door Koevoet Onafhankelijk
Kunstenaarsgezelschap. Vanaf toen werden in het gebouw kunstateliers,
werkplaatsen, repetitieruimte, volxkeuken en andere
projecten georganiseerd. Gedurende 4 jaar werd er aan nachtopvang gedaan voor
daklozen. Toen werden meer dan 10.000 overnachtingen geregistreerd. Vanaf 2004
vallen alle projecten binnen het badhuis onder DAK.
Op 13 maart 2006 krijgen de krakers van het
voormalige badhuis te horen van VESPA dat het gebouw werd verkocht aan NV Sefimo. Op 12 juli krijgen ze een brief van de burgemeester
waarin hij meldt dat de bouwheer vanaf het moment dat er zekerheid is over het
verkrijgen van en bouwvergunning 6 maand opzeg geeft. Daarbij citeert de
burgemeester de bouwheer die zulks schreef in een
brief naar Vespa. 2 maal krijgen de krakers in het
badhuis bezoek van mensen van de bouwheer, de Groep Blijweert.
De laatste keer op 5 december 2006. Op 3 januari 2007 schrijft Blijweert dat ze een bouwvergunning aangevraagd hebben en
dat ze de krakers tegen 1 april buiten willen. De bouwheer schreef in zijn
brief aan de krakers ook dat het dossier reeds
positief werd onthaald op de welstandscommissie. Op 17 januari 2007 krijgen de
krakers een uitnodiging tot minnelijke schikking bij de vrederechter voor 1
februari 2007. Daar blijkt dat géén bouwvergunning werd aangevraagd. Het
tegenvoorstel van de krakers is dat 3 maand vooropzeg wordt gegeven nádat de
bouwvergunning werd afgegeven. De twee partijen zien elkaar terug bij de
vrederechter op donderdag 15 februari 2007. Na de rechtzaak werden de krakers
uitgenodigd voor een gesprek met de bouwheer op maandag 5 februari met als doel
om tot een vergelijk te komen
Op vrijdag 2 februari 2006 begaven de krakers
zich naar de dienst monumenten en landschappen om het CHER voor de Zuidblok in te kijken. Daarin staat het
volgende i.v.m. de bouw van het stedelijke badhuis en voorafgaande afbraak in
1960:
Uitdrukkelijk werd opgedragen dat de af te breken
koermuur van de vroegere huizen zorgvuldig van de oude vestingmuur verwijderd
zouden worden. De fundering moest slechts weggebroken worden tot op
Ook staat in het CHER vermeld dat bij KB van 2
september 1976 al de overblijfselen van de burchtmuur, de uitwendig zichtbare
gedeelten en alle niet zichtbare gedeelten als beschermd monument verklaard
werden.
Het (bindend ?) advies van het CHER is dat: het
badhuis pas kan vrijgegeven worden voor slopen/nieuwbouw op voorwaarde dat de
ondergrond wetenschappelijk onderzocht wordt op sporen van middeleeuwse
structuren waarbij de fragmenten deskundig worden behandeld en de resultaten gepubliceerd worden.
Op gebied van afspraken i.v.m. archeologie is er
nog zo goed als niets gedaan voor de Zuidblok. Dat
kregen we te horen van de dienst archeologie van de stad Antwerpen. Er zijn
geruchten over vage onderhandelingen tussen de bouwheer en de bevoegde schepen.
De mensen bij de dienst archeologie van de
Van het nieuwe bouwproject ‘badhuis’ zijn
virtuele foto’s te zien op de site van Blijweert. Het zier eruit dat alleen het gedeelte van de muur die bloot
staat aan de zuidkant van het badhuis gevaloriseerd wordt. Op 5 februari kregen
we meer virtuele foto’s en een grondplan toegestuurd door de bouwheer. Daarop
kan men duidelijk onderscheiden dat het gedeelte van de muur vanaf de zuidzijde
verder loopt door een gang, waar een glazen deur is, en uitkomt op een koer.
Op 15 februari 2007 werd bij de vrederechter
tussen de eigenaar en de krakers een overeenkomst ondertekend waar bij de
krakers zich verbinden om 3 maanden na het afleveren van de bouwvergunning het
pand verlaten te hebben.
Op 22 mei ontvingen de krakers een kopie van de
bouwvergunning die werd afgeleverd op 30 maart 2007. daarin
staat volgende voorwaarde:
Er dient
opgemerkt dat het bouwproject gelegen is binnen de oudste middeleeuwse
stadskern. Elke ingreep in de bodem dient archeologisch begeleid te worden. Er
dienen voldoende tijd en middelen voorzien te worden om voorafgaaand
aan of geïntegreerd met de werken archeologisch onderzoek te voeren.
Navraag leerde dat er geen afspraken werden
gemaakt over financiering en termijn van het archeologisch onderzoek. Het
archeologisch onderzoek wordt volledig overgelaten aan de onderbemande stedelijke
archeologische dienst die ook geen enkele afspraak heeft met de bouwheer en is
dus helemaal aan deze overgeleverd. Tenandere, er is
geen geld.
Zal deze unieke kans om op deze unieke site
archeologisch onderzoek te doen verbrod worden? Dit
strookt niet helemaal met het streven van de Stad Antwerpen om haar binnenstad
op de Werelderfgoed lijkst te krijgen. Sinds 10 jaar
staat de binnenstad op de indicatieve lijst van UNESCO.
Zuiver op het positief
advies van de Welstanscommissie, die in feite moet
waken over onze monumenten, werd de bouwvergunning afgeleverd. Zonder dat
gezien werd dat de voorwaarden die erin vermeld staan vervuld worden. Dat is
begrijpelijk als men weet dat de Welstandscommissie die onder VESPA valt voor
het grootste deel samengesteld is uit privé architecten.