Schriftelijke vraag
(08-05-2008)
Vraag aan de heer
Patrick Dewael, vice-eersteminister
en minister van Binnenlandse Zaken en aan de heer Jo Vandeurzen,
vice-eersteminister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen en aan mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Migratie- en asielbeleid
De voorzitter. – De
heer Bernard Clerfayt, staatssecretaris, toegevoegd
aan de minister van Financiën, antwoordt.
Ik heb vorige week
een mondelinge vraag gesteld over schijnhuwelijken. Via mijn vraag om uitleg
over hetzelfde onderwerp wens ik enkele bijkomende vragen te stellen.
De problematiek van
de schijnhuwelijken staat opnieuw in de actualiteit. In een
resolutie die ik heb ingediend en die ondertekend werd door meerderheid en
oppositie, stel ik enkele maatregelen voor, onder meer:
- het installeren
van een databank;
- zorgen dat erop
wordt toegezien dat de preventieve onderzoeken naar schijnhuwelijken
transparant verlopen zodat koppels die te goeder trouw zijn, worden beschermd;
- te zorgen voor
een uniforme aanpak van de schijnhuwelijken in alle gemeenten en door de
parketten met duidelijke administratieve onderrichtingen en informatiepaketten;
- een effectieve
bestraffing van de schijnhuwelijken door extra middelen en door de vervolging
als een prioriteit te beschouwen; duidelijke onderrichtingen aan de parketten
om te komen tot een efficiënt en uniform vervolgingsbeleid op de rails te
zetten;
- de aanwijzing van
een bijstandsmagistraat bij het College van procureurs-generaal die deze
materie coördineert, instaat voor de informatie-uitwisseling tussen de
gerechtelijke arrondissementen en ervoor zorgt dat elk parket niet alleen
toeziet op de wijze waarop de lokale besturen zich van hun taak kwijten, maar
hun ook de nodige ondersteuning bezorgt.
Welke maatregelen
plant de minister tegen de problematiek van de schijnhuwelijken?
Komt er een
draaiboek dat in het hele land zal worden gebruikt? Wat zal dit draaiboek
omvatten?
Hoeveel dossiers
werden door de gemeenten in 2006 en 2007 doorgestuurd aan DVZ?
Hoeveel huwelijken
werden geweigerd op basis van het vermoeden van een schijnhuwelijk?
In hoeveel gevallen
werd de verblijfsvergunning geweigerd of ingetrokken als gevolg van de
weigering of nietigverklaring van een huwelijk?
Welke maatregelen
werden genomen om de slachtoffers van een schijnhuwelijk op te vangen en te
begeleiden?
Is er een verschil
tussen het aantal dossiers dat werd doorgestuurd aan de parketten en het aantal
dossiers dat werd doorgestuurd aan DVZ?
Hoeveel dossiers
werden door de gemeente voor advies doorgestuurd naar de procureur sinds de
invoering van de nieuwe wet?
Hoeveel dossiers
kregen een negatief advies? Resulteerde een negatief advies altijd in een
weigering om het huwelijk te voltrekken?
Hoeveel veroordelingen
werden uitgesproken op basis van de wet van 12 januari 2006? Welke sancties
werden uitgesproken? Vorig jaar antwoordde toenmalig minister van Justitie Onkelinx dat één jaar na de wet nog geen enkele
veroordeling was uitgesproken. Het interesseert mij ten
zeerste te vernemen of 2,5 jaar later werk werd gemaakt van sancties.
Zonder sancties is er immers geen goed beleid.
Is er een verschil
tussen het aantal dossiers dat werd doorgestuurd aan de parketten en het aantal
dossiers dat werd doorgestuurd aan DVZ?
Werden alle door
het parket geweigerde huwelijken doorgegeven aan de DVZ?
Antwoord Ik lees
het antwoord van de drie ministers.
Op de eerste twee
vragen heeft mevrouw Lanjri vorige week reeds een antwoord gekregen.
De derde vraag gaat
over het aantal dossiers dat de gemeenten in 2006 en 2007 naar de DVZ hebben
overgezonden. Mijn antwoord daarop heeft enkel betrekking op de
administratieve onderzoeken die het bureau Opsporingen van de Dienst
Vreemdelingenzaken in 2007 heeft uitgevoerd. De aanvraag voor een onderzoek kan
zowel van een gemeente, de lokale politie als van het openbaar ministerie
uitgaan. Dat onderscheid is afhankelijk van de werkwijze die in het
gerechtelijk arrondissement wordt gevolgd.
In 2007 werden
7.775 administratieve onderzoeken naar voorgenomen huwelijken gedaan en 1.278
administratieve onderzoeken naar gesloten huwelijken. Voor 2006 kon het bureau
Opsporingen enkel het aantal informatieaanvragen meedelen. Dat houdt in dat
voor een administratief onderzoek er uitzonderlijk meerdere informatieaanvragen
zijn. Teneinde mogelijke dubbeltellingen tegen te gaan
wordt sinds 2007 het aantal administratieve onderzoeken als parameter
gehanteerd. In 2006 waren er 5.474 informatieaanvragen voor voorgenomen
huwelijken en 877 informatieaanvragen voor gesloten huwelijken.
Binnen de DVZ zijn
ook andere diensten ter zake bevoegd, zoals de
diensten Kort verblijf, Lang verblijf en Gezinsvereniging. De vergaring van
cijfergegevens blijft echter een probleem.
In een persbericht
van 10 april 2008 deelde de politie wel cijfers mee over de schijnhuwelijken.
Het persbericht vermeldt het aantal aanvragen voor een gemengd huwelijk tussen
een EU-burger en een niet-Europese onderdaan. Ook het aantal gunstige adviezen
of aanvragen waarin geen verdachte elementen aanwezig waren, werd vermeld.
In 2005 waren er
2.244 aanvragen en 985 gunstige adviezen. In 2006 waren er 5.474 aanvragen en
837 gunstige adviezen. In 2007 waren er 7.771 aanvragen en 812 gunstige
adviezen.
De vierde vraag
betreft het aantal huwelijken dat werd geweigerd op basis van het vermoeden van
een schijnhuwelijk.
Volgens het bureau
Opsporingen van de DVZ vormt het aantal weigeringen geen parameter die via
elektronische weg kan worden teruggevonden. De bestanden
vermelden immers steeds de meest recente stand van zaken in de procedure zodat
kan worden nagegaan welke stappen nog moeten worden genomen. Daarenboven
sturen niet alle gemeenten systematisch hun beslissingen door.
De vijfde vraag
betreft het aantal gevallen waarin verblijfsvergunningen werden geweigerd of
ingetrokken als gevolg van een weigering of nietigverklaring van een huwelijk.
Eerst moet worden
opgemerkt dat een individuele motiveringsplicht moeilijk in parameters kan
worden meegegeven. Daarenboven leidt een nietigverklaring of weigering niet
automatisch tot een intrekking of een weigering wanneer de vreemdeling een
andere wettelijke basis heeft om op het grondgebied te vertoeven.
De zesde vraag
betreft de maatregelen die werden genomen om de slachtoffers van een
schijnhuwelijk op te vangen en te begeleiden?
De DVZ heeft geen
kennis van opvang van slachtoffers van schijnhuwelijken. De Dienst
Strafrechtelijk Beleid stelt dat wat opvang en begeleiding van slachtoffers
betreft, de meeste acties gericht zijn op mensenhandel en mensensmokkel, maar
dat er weinig tot geen specifieke maatregelen voor slachtoffers van
schijnhuwelijken bestaan.
Het bureau
Opsporingen binnen de DVZ deelde mee dat er naar hun weten nog geen enkele
strafrechtelijke veroordeling is geweest. Verschillende redenen zouden hieraan
ten grondslag liggen, maar de vaststelling dat de straffen en in het bijzonder
de geldboeten lachwekkend zijn, in tegenstelling tot het financiële gewin van
de partij te kwader trouw, zou hieraan niet vreemd zijn.
Voor het antwoord
op de elfde vraag of er een verschil is tussen het aantal dossiers dat werd
doorgestuurd aan de parketten en deze doorgestuurd aan de DVZ, verwijs ik naar
het antwoord op de zevende vraag. Het is niet mogelijk in zo’n
kort tijdsbestek hierop een antwoord te geven.
Tot slot vroeg de
spreker of alle geweigerde huwelijken werden doorgegeven aan de DVZ. Het bureau
Opsporingen binnen de DVZ stelt van niet, hoewel de meeste gemeenten die goed
meewerken wel zorgen voor een transmissie naar DVZ. Het gebeurt dan wel dat
deze weigeringen per pakket worden verstuurd, waardoor sommige ervan enkele
weken of maanden oud kunnen zijn.
Ik betreur dat nog
steeds geen werk werd gemaakt van een meldpunt of van de opvang van
slachtoffers van een schijnhuwelijk. Bovendien blijkt uit het antwoord dat
ondanks de goedkeuring, meer dan twee jaar geleden, van wetgeving die tot doel
had schijnhuwelijken af te schr
Die wet blijft dus
dode letter. Dat kan natuurlijk niet. Er wordt gezegd dat de boetes lachwekkend
laag zijn. Ik wil er toch op wijzen dat niet alle schijnhuwelijken voor geld
worden afgesloten. Soms is een van beide partners te goeder trouw en komt er
geen geld aan te pas. Bovendien is de beste sanctie niet een boete, maar de
vernietiging van het huwelijk en bijgevolg het intrekken van de
verblijfsvergunning. Als er geen basis is voor een huwelijk is er immers ook
geen basis voor een verblijf. Het is dus wel belangrijk om veroordelingen uit
te spreken en huwelijken nietig te verklaren. Op die manier kunnen we slachtoffers
van schijnhuwelijken beschermen. Ook belangrijk is het de misbruiken van het
systeem van gezinshereniging in ons land te stoppen. Zolang we niet zorgen dat
de wet werkt, is er een probleem. Ik hoop dus dat de bevoegde ministers zeer
snel werk maken zowel van de dataverzameling, als van de sanctionering, het uniformiseren van de aanpak, het beleid en de bescherming
van de slachtoffers.