Vreemdelingenzaken te 'voorbarig' met weigering van gezinshereniging

 

Raad voor Vreemdelingenbetwistingen fluit DVZ terug

In een aantal recente arresten vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) beslissingen van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) waarbij vestigingsaanvragen werden afgeketst omdat minstens één partner afwezig was tijdens van de woonstcontrole.

 

Brussel l 'Een schijnhuwelijk', oordeelde de DVZ en weigerde vervolgens de aanvraag. 'Voorbarig en gebrekkig gemotiveerd', aldus de RvV.

 

Een inwoner van België die in het kader van een gezinshereniging een buitenlandse partner naar ons land wil halen moet aan de voorwaarde van 'gezamenlijke vestiging' voldoen. In het begin van de procedure tot gezinshereniging wordt die voorwaarde gecontroleerd.

Wat is de voorbije maanden gebleken? Dat DVZ de vestigingsaanvraag bijna keer op keer weigerde als er minstens een van de partners niet thuis was op het ogenblik van de woonstcontrole. Een tweede visite zat er dikwijls niet in.

"Doorgaans gebeurt die controle door de wijkagent", verklaart vreemdelingenjuriste Sabrine Dawoud van het Vlaams Minderhedencentrum. "Meer dan eens stelde hij vast dat ofwel de beide partners afwezig waren, ofwel dat een van de partners thuis was en de andere in het buitenland of de gevangenis zat. De DVZ leidde daaruit af dat de relatie niet kon worden gecontroleerd of dat de relatie onbestaande was."

De nieuwe Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV), die sinds 1 juni actief is, gaf de Dienst dan ook een flinke veeg uit de pan. Dawoud: "Volgens de Raad moet in een dergelijk geval bijkomend onderzoek verricht worden. Als dat in het verleden al gebeurde, was het puur dankzij de goodwill van de gemeente.

"Daarenboven", gaat de juriste verder, "moet de voorwaarde van 'gezamenlijke vestiging' soepel geïnterpreteerd worden in het geval van een gezinshereniging. De verblijfswet vereist géén effectieve en duurzame samenwoonst, maar enkel het bestaan van een minimum aan relatie of 'gezinscel' tussen de echtgenoten."

Volgens Sabrine Dawoud verplicht deze rechtspraak gemeenten en de DVZ zich flexibeler en actiever op te stellen. "De splinternieuwe Raad heeft meteen een krachtig signaal gegeven, want sinds de hervorming van het vreemdelingenrecht is het voor de betrokkenen almaar moeilijker geworden om zich hier te vestigen. Zodra de DVZ hun aanvraag weigert, komen ze in een juridische mallemolen terecht."

Het Vlaams Minderhedencentrum toont zich verheugd over de uitgezette krijtlijnen van de RvV, maar pleit voor een nog ruimere bevoegdheid voor de Raad. Voorlopig kan die alleen procedureel ingrijpen en niet de feiten ten gronde herbekijken. "Wij zijn vragende partij voor een volle rechtsmacht voor de RvV, temeer omdat in sommige steden een ware heksenjacht aan de gang is tegen zogenaamde 'schijnhuwelijken'. Enkele instanties denken al te snel dat een vestigingsaanvraag een verdoken schijnhuwelijk inhoudt, terwijl dat juridisch gezien amper voorkomt, gezien de soepel te interpreteren voorwaarde."

De DVZ laat op zijn beurt weten de werkingswijze inmiddels te hebben aangepast. "We sturen nu van meet af aan een brief naar de gemeente waarin we vragen om tijdens de eerste vijf tot negen maanden, afhankelijk van de nationaliteit van de aanvrager die in België woont, indien nodig meerdere woonstcontroles te verrichten. We spreken eigenlijk van relatiecontroles, omwille van de invulling van de voorwaarde. Zijn de mensen niet thuis, dan laten we een oproep achter met de vraag zich te melden. Dat laatste is nieuw. Door de hervorming van het vreemdelingenrecht zitten we momenteel in een overgangsperiode, maar we staan open voor eventuele herzieningen van vroegere (geweigerde) dossiers", besluit woordvoerster Katrien Jansseune.

 

De Morgen, 2007.11.22, Marjan Justaert