ANTWOORD
Het draaiboek Schijnhuwelijken is ontstaan na grondig
overleg en in nauwe samenwerking met de verschillende actoren die in aanraking
komen met de betreffende materie.
Meer bepaald is het draaiboek het resultaat van de
werkzaamheden van de expertisecel Schijnhuwelijken. Deze expertisecel is een
samenwerkingsverband met als doelstelling het zichtbaar maken van deskundigheid
op een bepaald vlak, het creëren en het ondersteunen van expertise, en het
bevorderen van overleg en communicatie tussen deskundigen, dit alles op arrondissementeel vlak. In het arrondissement Antwerpen
werden verschillende expertisenetwerken opgericht, onder andere voor de materie
schijnhuwelijken.
De betrokken actoren voor schijnhuwelijken zijn: de politie,
de Dienst Vreemdelingenzaken, de ambtenaar van de burgerlijke stand en het
parket. Concreet wordt aldus de samenwerking in de opsporing van mogelijke
schijnhuwelijken tussen de verschillende actoren bevorderd, alsmede
het overleg en de communicatie. Dit leidt tot eenvormigheid en objectiviteit
betreffende het uitvoeren van de onderzoeken en de
wijzen tussen bijvoorbeeld politie en ambtenaar van burgerlijk stand.
Het draaiboek schijnhuwelijken uitgaande van het parket van
de Procureur des Konings te Antwerpen is niet
openbaar. Het is enkel een schriftelijk weergave van
concrete werkmethodes, ontwikkeld binnen het voormelde samenwerkingsverband.
Het is verkeerd te denken dat dit document in tegenspraak
zou zijn met de rechten van de verdediging.
De interviews bij de cel schijnhuwelijken niet in een
strafrechtelijk onderzoek kaderen en dus niet ressorteren
onder de bepalingen van art. 28 ev. SV.
Bovendien zijn de rechters onafhankelijk
en kunnen ze geen enkele richtlijn krijgen. De rechterlijke beslissingen
die bij beroep tegen een weigering van huwelijksvoltrekking zouden worden
genomen mogen dus niet met het bestaan van dit document in verband worden
gebracht of er een schending van de rechten van de verdediging uit afleiden.
Elk dossier wordt in volle onafhankelijkheid door Justitie onderzocht.
Om een antwoord te bieden op het tweede
punt, moet eerst worden aangegeven dat er een onderscheid moet worden gemaakt
tussen de statistieken van de gerechtelijke instanties en de statistieken van
de gemeenten. Mijn diensten beschikken niet over cijfergegevens die
rechtstreeks van de gemeenten komen. Ik beschik weliswaar over informatie inzake veroordelingen en over verschillende gerechtelijke
gegevens. Sommige vereisen evenwel een aanvraag bij de
bevoegde overheid of dienst, alsook een voorafgaande statistische behandeling.
Het gaat hierbij om gegevens die binnen de ter beschikking gestelde tijd konden
worden verzameld.
Wat betreft de gegevens, beschik ik over informatie over het
aantal ingestelde beroepen en het aantal beslissingen die
in een jaar werden genomen. Hieromtrent moeten twee opmerkingen worden
geformuleerd:
- enerzijds
beschikken we niet over de aard van de beslissingen. We kennen dus hun aantal,
maar niet hun inhoud;
- anderzijds
stemt het aantal beslissingen overeen met de beslissingen die in een jaar tijd
werden uitgesproken en niet met het aantal genomen beslissingen ten aanzien van
de beroepen die het voorgaande jaar werden ingesteld.
Ten slotte moet er worden op gewezen dat de statistische
behandeling niet optimaal is. Er bestaat geen specifieke code op het niveau van
de griffies waarmee beroepen tot weigering inzake
huwelijksvoltrekking kunnen worden ingevoerd. Deze weigeringen worden dus in
dezelfde categorie geregistreerd als het opheffen van het verzet tegen het huwelijk. Het is in
elk geval deze code die voor de behandeling van de aanvraag werd weerhouden.
Het is evenwel mogelijk dat de invoerpraktijken van
griffie tot griffie verschillen (er bestaat bijvoorbeeld ook een categorie
"varia"). De geleverde cijfers zijn dus heel algemene tendensen die
op het vlak van de betrouwbaarheid sommige gebreken kunnen vertonen.
Uit deze informatie blijkt in ieder geval dat het aantal
ingestelde beroepen tegen de weigering inzake
huwelijksvoltrekking de voorbije jaren in het algemeen gestegen is. Dit kan dus
ook betekenen dat het aantal weigeringen inzake
huwelijksvoltrekking toegenomen is. Tussen 2003 en 2006 zou het aantal beroepen
over het hele land van 90 tot 362 gestegen zijn.
Het aantal beslissingen zouden, met
een stijging van 41 naar 233, dezelfde evolutie kennen. Zoals vermeld, kan niet
worden aangegeven of deze de weigering inzake
huwelijksvoltrekking hebben bevestigd of vernietigd.
Ik meen dat de problematiek van schijnhuwelijken in ieder
geval opnieuw in zijn context dient te worden geplaatst. Bij de evaluatie van
de richtlijn inzake mensenhandel hebben verschillende
parketten gewezen op een aanzienlijke toename van deze praktijk. Er dient te
worden op gewezen dat in (een aantal beperkte) bepaalde gevallen
schijnhuwelijken werden gebruikt om personen naar sommige prostitutienetwerken
door te sluizen. Bovendien kan worden vastgesteld dat een reeks gevallen van
schijnhuwelijken tegen betaling worden georganiseerd. De toename van de
onderzoeksaanvragen vanwege de ambtenaren van de burgerlijke stand kan dus ook
vanuit deze context worden bekeken.
De Minister,
Laurette ONKELINX