Antwerpen • De sluipende
sloop van het Internationaal Zeemanshuis
Ondanks
vele acties tegen de sloopwoede en prachtige liederen
Elke
grote haven is contractueel verplicht een hotel voor zeelieden te hebben. In
Antwerpen is dit het Internationaal Zeemanshuis. Het Zeemanshuis is meer dan
een hotel voor zeelui van alle wereldzeeën. Het is ook een tehuis, een
restaurant, een café en contactpunt. Bij rampen op de Schelde is het een
onmisbare opvangplaats. Ook burgers die dakloos werden door brand, konden er
steeds terecht wanneer het OCMW qua opvang haar taak weer eens niet verrichtte.
Het
tien verdiepingen hoge Zeemanshuis functioneert perfect en is steeds voor 90%
volzet. Het gezonde en betaalbare restaurant speelt een sociale rol in de
buurt. De socialistische transportarbeidersbond
(BTB-ABVV) stak enkele jaren geleden nog meer dan 1,5 miljoen euro in een
opknapbeurt van het gebouw.
En
toch zou het tegen de vlakte moeten. Samen met het unieke volkstheatertje.
Samen met ADIC, een professionele opvang voor drugverslaafde patiënten op
de bovenste verdiepingen. Een gedurende een halve eeuw organisch gegroeid
geheel moet voor de bijl.
Laten
we ons geen illusies maken, wanneer het Internationaal Zeemanshuis (vlakbij het
Falconplein en de gedoogzone voor prostitutie aan de
Verversrui) plat gaat en vervangen wordt door een dubieus nieuwbouwproject,
Een
brok geschiedenis van een havenstad
Antwerpen
heeft al honderd jaar een Zeemanshuis, of Hotel voor zeelieden. Nu schepen
slechts korte tijd aanmeren om hun containers te lossen en de faciliteiten aan
boord beter zijn, komen minder zeemannen én vrouwen lange tijd aan de
wal. Dat was vroeger anders, toen schepen wekenlang in de haven lagen,
zeelieden de stad verkenden en een hotel voor hen, betaald door de rederij,
noodzakelijk was. Willem Elschot baseerde zijn
meesterwerk “Het Dwaallicht” op deze sfeer van kuierende, gekleurde
matrozen.
Het
huidige Zeemanshuis is sedert de vijftiger jaren
logisch ingeplant in het Schipperskwartier, een traditionele hoerenbuurt met
haar zeemanskroegen. Het is een modernistisch gebouw uit de vijftiger
jaren en straalt de hoop op vooruitgang uit van die naoorlogse tijd, na
een lange periode van grote werkloosheid en verwerking van de oorlog en de
bezetting door de nazi’s. Licht, ruimte, veel glas, heldere kleuren,
gericht op bruikbaarheid en hygiëne. Met pogingen om een groene zone er
rond aan te leggen, waar werkende mensen rust zouden vinden.
Het
is de periode waarin België geestdriftig naar de Wereldtentoonstelling van
’58 trok, waar de Spoetnik en het Atomium
pronkten. En waarin op het Antwerpse Kiel de als futuristisch ervaren
“blokken op poten” (sociale woningen) van architect Braem werden gebouwd.
Koen Calliauw, 22-01-2007