Dreigende sloop van het Antwerpse goederenstation Dokken Stapelplaats

 

Politiek façadisme

 

Vorige week vrijdag keurde het Antwerpse college de sloop van het 19de-eeuwse Noordstation goed. Weinig Antwerpenaren zijn daarvan op de hoogte. Niet moeilijk: de titel van het collegebesluit is misleidend (‘Bouwproject fietsbrug’) en op de wekelijkse persbriefing werd de beslissing verzwegen.

 

Waarom alweer zo’n fundamentele stedenbouwkundige beslissing zonder enig debat? Het gaat niet om een goedkoop gebouwde loods, wel om een landschapsbepalend goederenstation midden in de stad. Na 1862 verrezen op regelmatige afstand grote publieke gebouwen aan de nieuwe Leien. Het Noordstation was daarvan het meest noordelijk gelegen monument en is sinds de sloop van de Koninklijke Stapelhuizen in 1990 ook het enige nog overblijvende complex dat verwijst naar het industriële verleden aan de Noorderplaats. De ontwikkeling van dit stadsdeel werd bepaald door het langgerekte, strakke stationsgebouw met zijn indrukwekkende kopgevel van drieëntwintig traveeën en de nog langere haakse bakstenen vleugel op breukstenen sokkel. Deze gebouwen worden zeldzaam. Terecht is het geheel als ‘imposant vrijstaand gebouw’ opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgemaakt door de Vlaamse Gemeenschap.

 

De besluitvorming in dit afbraakdossier is een prototype van stedenbouwkundige besluitvorming à la flamande: op amper een paar maanden tijd devalueerde het station van waardevol monument naar te slopen sta-in-de-weg. In september 2001 keurde het stadsbestuur een consensusnota goed over de ontwikkeling van het voormalige spoorwegemplacement.

Historische ankerpunten dienden mee verwerkt in de bouwplannen. In de daarop volgende stedenbouwkundige wedstrijd werd dit principe bevestigd. Het winnende ontwerpteam wees op de waarde van de historische relicten en verwerkte het stationsgebouw in tekeningen en maquette (zie afbeelding). Op 18 oktober 2004 keurde de gemeenteraad een bijzonder plan van aanleg goed, waarin op advies van de afdeling Monumenten en Landschappen van de Vlaamse Gemeenschap het bewaren van het Noordstation opnieuw werd ingeschreven.

‘Het gezicht van de voormalige site dient duidelijk herkenbaar te blijven naar de stad toe,’ luidde het advies. In het BPA sloop wel een inhoudelijke contradictie tussen de wenselijkheid van behoud en de mogelijkheid tot sloop: ‘het integraal behoud van het voormalig Noordstation is echter geen verplichting’. Het wettelijk kader bleek dus op zijn beurt niet meer dan een advies. Alle opties bleven open. Het was aan de bouwheer om over het lot van het voormalige goederenstation te beslissen.

 

Begin juli 2005 raakte bekend dat de Hogeschool Antwerpen de gronden zou kopen om er een nieuwe campus te bouwen. De directeur drukte zich bewonderend uit over de ‘imposante gevel’ van het oude goederenstation. De coördinator communicatie dacht zelfs verkeerdelijk dat de gevel geklasseerd was – ‘terecht’ vond hij – en kondigde in de lokale pers het behoud ervan aan. Knap, dacht de Antwerpenaar, het 19de-eeuwse complex wordt geïntegreerd in de nieuwe campus. In de op 30 maart 2006 ondertekende verkoopsakte werd het behoud van het volume en de contouren van het station bevestigd. In juli startte de aanbestedingsprocedure. Nog steeds geen sprake van sloop.

Verwarrend was dat de toegelaten zes bouwlagen uit de verkoopsakte er ineens negen bleken, zoals inderdaad toegestaan in het bijzonder plan van aanleg.

 

Vorige maand kantelde het verhaal. De Hogeschool liet aan de gemeentelijke planningscel weten dat het vooropgestelde bouwprogramma niet te combineren viel met het behoud van het Noordstation. Een technisch rapport verduidelijkte waarom. Werd dit rapport van amper twee bladzijden en opgesteld in opdracht van de Hogeschool zelf aan een kritische tegenexpertise onderworpen door onafhankelijken? We durven het hopen, want de ‘bewijsvoering’ is op zijn minst slap en de erop gebaseerde beslissing niet gering.

 

Op basis van dit rapport schreef de verantwoordelijke coördinator en procesbegeleider voor de ontwikkeling van het spoorwegemplacement vervolgens het ontwerpbesluit dat aan het college werd voorgelegd. Het is begrijpelijk dat de coördinator – bekwaam, alom gerespecteerd en sinds jaar en dag drijvende kracht achter het knappe project Spoor Noord – liever geen vertraging ziet in het ingewikkelde proces dat hij begeleidt. Het is evenwel onbegrijpelijk en deontologisch incorrect dat hij, als rechter en partij, het document mag opstellen dat de sloop politiek-juridisch moet onderbouwen. Misschien kan het Antwerpse integriteitsbureau ook hierover strengere regels opstellen.

 

In het ontwerpbesluit noteerde hij: ‘De afbraak van het station is als gevolg van het project scholencampus een feit.’ Het schepencollege nam er akte van en keurde het besluit op 15 december goed. De Hogeschool krijgt op die manier de toelating om een sloopvergunning aan te vragen en mag de sloop van het Noordstation ook mee opnemen in de projectomschrijving voor de geselecteerde bouwkandidaten.

 

Klassiek bij dit soort besluitvorming is de tijdsdruk. De bouwoffertes worden over enkele maanden verwacht, de bouw moet in de zomer van 2007 starten. Naast het bouwproject wordt ook een fietsersbrug gepland, waarvan de briefings met de vijf geselecteerde ontwerpbureaus al achter de rug zijn.

Als het goederenstation verdwijnt, kan de brug in het nieuwbouwproject geïntegreerd worden. Uit het collegebesluit blijkt dat beide partners daarvoor al ‘de noodzakelijke juridische constructies’ aan het opmaken zijn en dat ‘gelet op de strakke timing van het project Fietsbrug’ de bouwcondities zo snel mogelijk gecommuniceerd moeten worden.

 

Even klassiek duiken de kritieken van façadisme en schaalbreuk als legitimatie op. Bij andere markante bouwprojecten in Antwerpen blijkt dat geen punt, denken we maar aan de vele nieuwbouw achter oude gevels in de universiteitsbuurt of de inplanting van het hotelcomplex achter de laagbouw van de Red Star Line.

 

De slooptoelating kreeg alvast negatief advies van de stedelijke dienst Monumenten- en welstandszorg: ‘Het behoud van het station hoeft het geplande bouwprogramma evenals de realisatie van de brug over de Leien niet tegen te houden, maar vraagt wel een bijzondere gevoeligheid van de betrokken bouwheer om op een respectvolle manier met dit collectief erfgoed om te gaan’ (december 2006).

 

Willen we respectvol omgaan met ons erfgoed? Volgens het nieuwe stadsbestuur wel. In het pas bekendgemaakte bestuursakkoord staat te lezen dat de monumententoets beter dient ingevoerd voor alle vergunningsgerelateerde activiteiten en dat de inventaris Bouwkundig Erfgoed verder geactualiseerd zal worden, met extra aandacht voor het maritiem-industriële erfgoed. Wel dan: het voormalige goederenstation aan het Eilandje valt onder deze noemer.

 

Hier kan gezocht worden naar creatieve manieren om het Noordstation als historisch relict een plek te geven in het  ieuwbouwproject, incluis de landschapsbepalende gevel aan de Ellermanstraat. Of zijn de bestuursintenties ijdele woorden en is dit het werkelijke façadisme: niet doen wat je zegt te willen doen?

 

Manu Claeys

 

21 december 2006